T’ai
Chi
Alan Donant
Boekbespreking: Embrace Tiger, Return to Mountain: The Essence
of Tai Ji, Chungliang Al Huang, Celestial Arts, 1987, 188 blz.,
paperback.
Doe tai ji chuan op uw eigen manier en op de lange
duur zal het lijken op de tai ji chuan zoals de oorspronkelijke tai
ji meester die ontwikkelde en ons heeft nagelaten.
– Chungliang
Al Huang
Het is geen ongewone ervaring een gevoel van onvolkomenheid te krijgen
als we dagelijks leven in de illusies van ons bestaan. Een groeiend
verlangen naar volkomenheid bij een toenemend aantal mensen leidt vaak
tot ‘meditatie, yoga’ of andere mystiek klinkende termen,
eerder als een middel om ‘iets te doen’ dan als een manier
van leven.
De Chinese meditatie, bekend als tai ji chuan wint in het Westen aan
populariteit. Als men wil weten wat tai ji is, of men het al enige tijd
heeft beoefend en niet het boek van Chungliang Al Huang Embrace
Tiger, Return to Mountain: The Essence of Tai Ji heeft gelezen,
dan kan ik dat boek aanbevelen. Na vijftien jaar, zeven edities en zeven
vertalingen, is het nog altijd een waardevolle weergave van deze oude/moderne
training. De belangrijkste delen van het boek zijn ontleend aan op de
band opgenomen sessies op het Esalen Instituut in Californië; het
is een boek dat niet zozeer wijst op het ‘hoe’ (geen foto’s
van in moeilijkheid opklimmende houdingen), dan wel op het ‘zijn’,
en dat ons bewust doet worden dat in ieder moment de essentie van ontplooiing
besloten ligt. Al Huang maakt ons duidelijk dat als we te hard proberen
om iets te worden of te bereiken, we zullen ervaren dat we zelf onze
eigen obstakels zijn. Hij wijst erop dat het de mystiek van het dagelijks
leven is waarin de diepe bewustwording op natuurlijke wijze plaats vindt
en voortduurt. In het Voorwoord schrijft Alan Watts:
Werken met Huang betekent zich leren bewegen met
de wind en het water – niet alleen in de tai ji oefeningen,
maar ook in de loop van het dagelijks leven . . . een werkelijk superieur
en begaafd leraar, die op anderen werkt als de zon en de regen op
planten.
Als een kind van het platteland van China groeide Al Huang op tot een
jongeman met een westerse opvoeding. Hij ontwikkelde zich en raakte
vertrouwd met twee wereldbeschouwingen en deelt zijn unieke inzichten
met anderen. Door de beoefening van tai ji, komen Oost en West tot elkaar
als een vernieuwde hartslag.
Ik leer mijn studenten hoe ze spontaan en bezield
kunnen zijn binnen de vorm van tai ji, zodat ze iedere choreografie
kunnen kiezen die ze willen dansen, in het bijzonder die van henzelf.
Omdat ik in China onder streng traditionele, klassieke
regels ben opgevoed, heb ik een diep respect voor de oude wijsheid.
Maar ik vind het belangrijk om in de hedendaagse tai ji, onderscheid
te maken tussen vorm en inhoud, tussen muziek en noten.
. . . Ik blijf erbij dat de kern van de tai ji vorm
constant is, maar de variaties hangen af van de wijze waarop we onze
individuele oefeningen uitvoeren en beleven. –
blz. vii
Bij het beoefenen van tai ji bewegen we ons van vorm tot vorm, ondergaan
we de schoonheid van het gebeuren en de vergankelijkheid van de vorm.
Veranderingen vormen de stroom van het leven, niet het verzet tegen
het leven. We buigen, bewegen, en worden zonder inspanning veerkrachtig.
We zijn ‘hier’, bewust van het ogenblik, en bevinden ons
in een nieuwe wereld, nieuw en toch dezelfde.
Wat we nodig hebben is dat we onszelf aanvaarden
zoals we zijn. We zijn als een zaadje. We weten niet wat we zullen
worden als de lente komt – misschien een chrysant of een orchidee,
of gewoon een eenvoudige paardebloem. Wilt u zo graag weten wat de
bloei brengt? Wat zou u ervan denken eenvoudigweg uzelf te zijn tijdens
het bloeiproces? Volg het proces en geniet ervan.
Als de bloem zich volledig ontplooit, is dat gewoonlijk het laatste
deel van uw leven en bent u gereed tot een zaadje terug te keren.
U hebt uw hele leven uitgezien naar, getobd, gewerkt en gevochten
voor dat laatste ogenblik van bloei, dat een prachtig schouwspel zal
worden. Verstandelijke denkbeelden doen ons altijd streven naar een
schitterende bloem, die ieder van ons zich voorstelt. Meestal worden
we niet precies die bloem en voelen ons heel ongelukkig. Het leven
is het proces dat tot de bloei leidt, de voorbereiding daartoe. Als
zaden zich een doel stelden, zouden er niet veel bloemen zijn.
– blz. 76
Is men eenmaal bij tai ji betrokken, dan gaan de bewegingen door terwijl
men vredig in het centrum blijft; het is een innerlijke/uiterlijke bewustzijnstoestand.
Tijdens onze dagelijkse ervaringen zijn we ons daarvan of van onze band
met de krachten om ons heen niet altijd bewust. Te vaak treedt het uiterlijke
bewustzijn op – het persoonlijke – wanneer het innerlijke
bewustzijn – het onpersoonlijke – de bewegende, wisselende,
dansende Tao onze gids zou moeten zijn. In plaats van op het leven en
de levens om ons heen te reageren zoals de natuurkrachten doen in de
velden, oceanen of woestijnen, doen wij dat kunstmatig, waardoor we
de levensstroom onderbreken. Dat is op zichzelf oké, tenzij we
de disharmonie verder vergroten door ons innerlijk bewust te zijn van
onze fout, terwijl we uiterlijk onze houding niet willen veranderen.
Gebeurt dit in tai ji dan vallen we om.
Na een tai ji sessie gaat het leven door. We wandelen, rijden auto,
gaan om met onze vrienden; al die activiteiten zijn nog doordrongen
van de tai ji les die we zo juist hebben gevolgd. Ons leven wordt meditatie
als we proberen te leven in overeenstemming met ons begrip van de werelden
om ons heen, hun bewegingen, krachten en wisselwerkingen.
Wijsheid is wat spontaan in ons opwelt als we ons
vereenzelvigen met wat we weten van het ons omringende heelal. –
blz. 37
Deze kennis komt tot iedereen op zijn of haar eigen wijze. Voor sommigen
geeft een godsdienst enig begrip van het heelal; voor anderen dringt
de studie van de oude wijsheid zelf diep door tot in de grondslagen
van de kosmos en onze relatie daarmee; en voor weer anderen is het beweging
die zo is afgestemd dat ze verdwijnt en we ‘bewust’ worden.
In alle gevallen moeten nieuwe inzichten worden verwerkt in alles wat
we doen, anders scheppen we alleen nog meer illusies en verdeeldheid
in ons leven.
Men zegt dat tai ji de gezondheid bevordert. Ongetwijfeld is dat waar,
in het bijzonder voor de chronische ‘divan’patiënt.
Maar achter de lichamelijke bewegingen ligt het proces van het bevrijden
van het denken van dingen als ‘zo moet het’ of ‘als
ik maar’ en andere niet-essentiële mentale belemmeringen
voor de groei. Deze mentale obstakels hinderen de stroom van levende,
universele krachten door ons heen. Door de tai ji bewegingen wordt de
magie van het veranderen mogelijk en ontwikkelen ze in ons een toenemend
besef van onze rol in de dans van het kosmische leven/bewustzijn.
Al Huang heeft in zijn boek hoofdstukken opgenomen over Chinese calligrafie,
de Zen Ossenhoeder-tekeningen, en een vertaling van de Tao Te Ching
– elk vanuit zijn tai ji perspectief. Deze hoofdstukken dragen
veel bij aan de gevoelens en de sfeer die hij tracht over te brengen.
Na lezing van het boek is het alsof we een sessie in beweging en verandering
hebben meegemaakt, en dat is ook zo. We komen tot de ontdekking dat
het steeds het dagelijks leven was dat ons de antwoorden bracht.
Het is vaak nodig de cyclus van de strijd om het bestaan te doorbreken
en onszelf in een nieuw perspectief te plaatsen, en telkens als we dat
doen, komen we tot het inzicht dat het hele leven meditatie is en dat
in iedere dagelijkse gebeurtenis de wijsheid van verandering en evolutie
ligt. De ware betekenis van tai ji of van enige andere training blijkt
uit de wijze waarop we afzonderlijke momenten doen opgaan in het Ene.
Achter deze uiterlijke wereld bestaan geen zit- of andere houdingen,
geen vormen of dans – alleen het grenzeloze mysterie van waaruit
wij, vonken van de eeuwigheid, zijn voortgekomen en in beweging gezet.
Kijk en men kan het niet zien – het is het
doorzichtige. Luister en men kan het niet horen – het is het
geluidloze. Grijp het en men verliest het – het is het onnaspeurlijke.
Deze drie zijn onscheidbaar en daarom tot één verenigd.
Boven glanst zijn uitstraling niet. Beneden is zijn nederigheid niet
duister. Voortgaand, steeds veranderend, kan het geen naam worden
gegeven. Het cirkelt opnieuw terug tot her niet-zijn. Als vormloze
vorm, beeldloos beeld, ontgaat het u. Als u het ontmoet, ziet u zijn
gelaat niet; als u het volgt, ziet u zijn rug niet. Volg het oude
Tao om in het nu te zijn. Het oude begin kennen, is de opdracht van
Tao.
– Tao Te Ching, §14
(naar de vertaling van A. Huang)
Postscriptum:
Misschien wilt u graag nog enkele gedachten van de schrijver:
Een van de beste voorstellingen van tai ji is de
natuur en de bewegingen van de natuur. De verschillende takken aan
dezelfde boom bewegen niet op dezelfde manier, maar ze bewegen wel
in eenheid. – blz. l5
Tai ji is een kunst: niet om onderwezen te worden,
maar om te beleven. – blz. 30
Kracht is geen bruut geweld; het is het wezen van
onze mate van vereenzelviging met de universele energie. –
blz. 50