De evolutietheorie is in de hele wereld bekend, maar niet
algemeen aanvaard. Theorieën over het evolutieproces hebben veel
veranderingen ondergaan sinds de publikatie in 1859 van Darwins beroemde
stelling over de ontwikkeling van diverse soorten uit de lichamen van
hun voorgangers. Zelfs de titel daarvan: The Origin of Species bij
Means of Natural Selection [De oorsprong van soorten door middel
van natuurlijke selectie], werd verbeterd, herzien en aangevuld in de
vele edities tijdens het leven van Darwin, naarmate hem materiaal uit
vele delen van de wereld via correspondentie bereikte. Hijzelf behandelde
zijn werk niet zo dogmatisch als sommige van zijn aanhangers hebben
gedaan. De Franse natuuronderzoeker en etnoloog de Quatrefages, een
tijdgenoot van Darwin, onderwierp Darwins stelling aan een grondige
analyse. Hij ontdekte ondermeer dat Darwin soorten verwarde met rassen
(variëteiten) en ook een aantal andere punten werd door hem gesignaleerd.
Hij legde er tevens de nadruk op dat geen enkel voorbeeld van schakels
tussen verschillende soorten was gevonden en dat is in wezen zelfs in
onze tijd nog het geval.
In 1858 zond een andere natuuronderzoeker en bioloog,
Alfred Russel Wallace, Darwin een essay, getiteld: ‘On the Tendency
of Varieties to Depart Indefinitely from the Original Type’ [Over
de neiging van variëteiten onbeperkt af te wijken van het oorspronkelijke
type], waarin hij echter stelde dat zijn eigen bespiegelingen, die bij
hem voortsproten uit veldwerk in de Maleise Archipel, hem ertoe hadden
gebracht een inherente evolutionaire drang te erkennen. Hij
kwam tot de conclusie dat eigenschappen die sluimerden in wezens die
hij had bestudeerd, onder de juiste omstandigheden naar buiten actief
werden. Dit was eerder een proces van transmutatie dan van
transformatie, het begrip dat uit Darwins theorie sprak. Het
gevolg van de toepassing van de darwinistische theorie was dat de natuur
ten onrechte werd aangeduid als ‘rood van tand en klauw’,
wat wijd en zijd werd verspreid door generaties van schrijvers en tekenaars
van spotprenten. In het werk van Wallace werd de nadruk gelegd op symbiose
of samenwerking tussen individuen van verschillende soorten. Men ziet
zoiets bij de zeeslak en de explosieve netelcellen die prikkelende stoffen
uitspuiten over potentiële vijanden. De zeeslak heeft kanalen ontwikkeld
die naar de huid lopen, waardoor de neteldiertjes in staat worden gesteld
om zonder hun gif uit te spuiten bij hun gastheer binnen te dringen
en daar eventueel te blijven, terwijl ze hun gevoelige explosieve instrument
vooruitsteken als de pennen van een stekelvarken en daarmee de zeeslak
beschermen, die als tegenprestatie voedsel aan de gast verschaft! Er
zijn talrijke andere voorbeelden van symbiose vastgelegd.
Sinds de negentiende eeuw is de evolutietheorie –
over de groei van vermogens en de ontwikkeling van vormen – in
steeds toenemende mate toegepast op planeten, sterren en stellaire systemen,
zoals melkwegstelsels en superclusters van melkwegstelsels. Het moderne
wetenschappelijke onderzoek heeft zich ook gericht op de vraag wat het
is dat meercellige organismen tot stand brengt. In veel delen van de
kosmos zijn steeds ingewikkelder moleculen ontdekt. De oude opvatting
dat organisch leven alleen op onze bol kon worden gevonden is verlaten,
zodat onbeschroomd en veelvuldig wordt gesproken over het zoeken naar
tekenen van intelligent leven buiten ons eigen stelsel. Een klein aantal
vooruitziende wetenschappers probeert het verborgen gezicht van het
bewustzijn te onthullen als de mogelijke motor achter het evolutieproces
naar een tot op heden onbekende bestemming.
In het oude Egypte was evolutie bekend als de manifestatie
van de wetten van de neteru: de intelligenties wier uiterlijke
vormen de kosmische energieën zijn. De kennis omtrent deze werkingen
werd bewaard in een reeks mythen die de toenemende materialisatie van
etherische levensprocessen weergeven. Wat de hele ruimte doordrong was
Maat, wat onder meer ‘orde’ betekent, want het wezenlijke
van orde in de ruime Egyptische betekenis van het woord was het herstel
van evenwicht waar dat was verstoord. Geen kosmische intelligentie was
te groot voor het beginsel (neter) van orde om haar te bereiken
en om op de schaal van universele harmonie als tegenwicht te dienen
tegen elke verstorende druk.
In het menselijk lichaam ziet men de werking van Maat
bijvoorbeeld in de vermenigvuldiging van antistoffen om binnendringende
ziekten te bestrijden. Ontbreekt het in onze tijd aan tekenen dat dit
beginsel van toepassing is op de mensheid als geheel? We zien in onze
zeer egocentrische wereld voorbeelden uit de recente geschiedenis –
en ook uit vroegere tijden – dat, hoe lang het herstel ook uitblijft,
de gevolgen van oorzaken uiteindelijk hun doel treffen: de verstoorders
van het innerlijke evenwicht. Oorlogsrampen, vervolgingen, wreedheden
en de miskenning van de gemeenschappelijke oorsprong van alle mensen
vormen de oogst van daden en gedachten die als zaden vóór
het huidige tijdperk werden gezaaid.
Wat onze cultuur van de laatste 1500 jaar heeft bedorven,
is misschien dat we voedsel hebben gegeven aan de geest van wedijver
die tot op deze dag met toenemende kracht heerst. Ook de planeet zelf
is niet veilig voor menselijk geweld. We moeten de eens algemeen aanvaarde
overtuiging in herinnering roepen dat wij mensen gedurende ons lange
evolutionaire verleden subtiele verbindingen hebben gelegd, niet alleen
met onze zusterplaneten en onze zon, maar ook met reeksen van stellaire
en galactische levens ver buiten onze melkweg – banden die dateren
uit vroegere wereldcyclussen. Toen het tijd was voor onze planeet om
zich weer te belichamen, werd een punt in de ruimte de opening waardoor
subjectieve energieën stroomden, als uitingen van bewustzijnscentra.
Sluimerende substantie in dat gebied werd geactiveerd en doorliep verscheidene
stadia van verdichting, van etherisch tot stoffelijk. De magnetische
krachten van de centra ‘schiepen’ het gebied voor hun werking
en de toenemende ontplooiing van inherente vermogens gedurende de opeenvolgende
eeuwen resulteerde in de verschijning van steeds ingewikkelder voertuigen
om de potentiële kwaliteiten en vermogens vollediger te kunnen
belichamen. De centra evolueren, niet hun voertuigen als zodanig.
Dit herinnert aan een passage in H.P.Blavatsky’s
De geheime leer
(1:669):
Van goden tot mensen,
van werelden tot atomen, van een ster tot een nachtpitje, van de zon
tot de levenswarmte van het meest onbetekenende organische wezen –
is de wereld van vorm en bestaan een enorme keten, waarvan de schakels
alle zijn verbonden.
De ontelbaar vele intelligente energieën staan alle
in nauw verband met elkaar in de gehele ruimte, gezien als het oorzakelijke
continuüm van het universum. Nergens is er een onderbreking in
de verbinding tussen wezens en krachten, en in de zin dat het hele samenstel
voortdurend en in toenemende mate de zich daarin bevindende kwaliteiten
tot uitdrukking brengt, gaat de evolutie door als een kosmisch proces.
Het is de hoogste tijd om te zien hoe noodzakelijk het is dat individuele
mensen samenwerken in plaats van de rivaliteit uit andere perioden.
We zouden nu moeten hebben aanvaard wat onze verantwoordelijkheid is:
ons met elkaar, en met alle bewoners van onze planeet in harmonie te
brengen!