Indien mogelijk is het goed een aparte en vaste tijd
voor meditatie te reserveren. Dit brengt het denken tot rust, en draagt
bij tot een innerlijk zelfvertrouwen, wat uiterlijk altijd leidt tot
onafhankelijkheid.
– William Q. Judge, Echoes of the
Orient 3:304
Kennis en een mentaal leerproces alleen zijn niet genoeg voor de aspirant
op geestelijk gebied. Het denken kan zich richten op boekenkennis of
op intellectuele activiteit, maar zonder praktijkervaring zal
het denken in werkelijke kennis tekortschieten; het zal slechts informatie
verzamelen. Een van de doeleinen van concentratie, meditatie en yoga
is dat de geest zichzelf gaat beschouwen, en kennis verkrijgt over zijn
eigen wezen. Het doel is geestelijke ontwaking, yoga, of het
één worden met het goddelijke. Zo bezien kan
ons hele leven een meditatie zijn. Dagelijkse plicht kan een meditatie
worden, en meditatie kan gedurende de hele dag actief handelen betekenen.
Zich bewust zijn van onze onzelfzuchtige plicht kan leiden
tot het zich bewust zijn van het volgen van onze dharma: juist
gedrag, de waarheid over ons als individu, en de weg die leidt tot die
waarheid.
Zo heb ik de gezichtspunten van William Quan Judge, medeoprichter van
de Theosophical Society en verspreider van de theosofie in Amerika aan
het einde van de 19de eeuw, begrepen. Hij erkende de waarde van de beoefening
van diepe geestelijke concentratie als een middel om onze innerlijke
natuur te ontwikkelen en te evolueren, en waarschuwde tegelijkertijd
tegen de mogelijkheid van zelfzuchtige geestelijke groei. Om te vermijden
dat die elementen van onze natuur die een onzelfzuchtige geestelijke
groei in de weg staan, in kracht toenemen, legde Judge er de nadruk
op dat het absoluut noodzakelijk is dat het bewustzijn zich uitbreidt
om anderen te omvatten – een groeiend besef van een universeel
denkvermogen dat zich manifesteert in het denken van elk individu.
Dit is de reden dat de theosofie de nadruk legt op mededogen, broederschap
en universele eenheid. Als we concentratie, meditatie en yoga alleen
richten op het individuele zelf, dan is dat precies waar we zullen uitkomen:
een verruimd zelfgevoel. We moeten het zelfgevoel uitbreiden tot voorbij
het individu. Zoals Judge stelt:
Er zijn twee soorten concentratie. Ten eerste, die
van alleen het brein en de zenuwen, en daarbij hoort aandacht, en
een tweede die hoger en spiritueel is, en die de idealen van het leven
en de ziel zelf betreft. De eerste wordt ontwikkeld door de gebruikelijke
methoden van studie en door aandacht, vooral door laatstgenoemde,
en leidt tot een goed geheugen. De tweede wordt ontwikkeld door de
aspiraties te richten op het hoogste geluk voor iedereen en op de
eenheid van alle wezens, . . . Deze tweede oefening heeft als gevolg
dat aan alle eigenschappen van het individu en aan elke cel en elk
atoom, één enkele impuls en richting wordt gegeven;
en wanneer dat volledig wordt gedaan, stroomt kennis als het ware
spontaan aan alle kanten binnen. – Practical
Occultism, blz. 290-1
Misschien kunnen we een onderscheid maken tussen de twee typen meditatie:
exclusieve [buitensluitende] meditatie gericht op één
onderwerp of één voorwerp, en inclusieve zich
uitbreidende aandacht gericht op de alomvattende leegte, sunyata.
Exclusieve concentratie scherpt het denken, maar ze wordt afgeleid door
herinneringen uit het verleden. Inclusieve meditatie verbreedt het bewustzijn,
maar leidt al snel tot ongerichte nietsheid.
Zijn horizon uitbreidend, kan een individueel bewustzijn de aard van
het individuele en universele denken overpeinzen met het doel om de
beperkingen van het denken te overstijgen. Daardoor begrijpen we onze
rol in het kosmische plan: we spelen een essentiële rol evenals
iedereen en al het andere om ons heen. We realiseren ons dat we een
centrum zijn – niet het centrum (zoals in onze gewone
zelfzuchtige opvatting). Onze persoonlijke zorgen maken plaats voor
een groeiend besef van zelfloosheid. In plaats van egocentrisch en gericht
op onze persoonlijke belangen te zijn, breidt ons bewustzijn zich uit,
waarbij ze ook de belangen van anderen omvat. Naarmate we vrijer worden
van de ketens van een persoonlijk zelf, wordt concentratie minder gehinderd
en zijn we niet langer beperkt tot onze persoonlijke microkosmos.
Meditatie in haar eerste en eenvoudigste vorm is het oefenen van het
kalmeren en rustig maken van het denken, terwijl we onze gehechtheid
aan en vereenzelviging met de inhoud en de processen van het denken
uit de weg ruimen. Yoga betekent ‘vereniging’ met
het goddelijke en kan een vorm van meditatie zijn.
De werkelijke beoefening van yoga begint met het
zuiveren van het hart; de vervolmaking ervan is niet te realiseren
totdat de idee van een persoonlijkheid volkomen is vernietigd . .
.
Echte concentratie is in feite het zich verenigen
met het goddelijke. We moeten gaan begrijpen dat we elk het goddelijke
zijn. Er is geen afgescheidenheid, maar de ene geest is in ieder individu
en wordt in elk van ons weerspiegeld. – Practical
Occultism, blz. 87, 275
Judge raadde als gids voor het beoefenen van meditatie de Yoga
Sutra’s van Patañjali aan, en hij publiceerde daarvan
een interpretatie (een niet-letterlijke vertaling) voor westerse lezers
die nog steeds verkrijgbaar is.1 Hij
was voorstander van de studie en beoefening van de yoga sutra’s
als een middel om de obstakels die het lager zelf vormt voor de handelingen
van het hogere zelf, weg te nemen.
Enkele van de stadia van de yoga van Patañjali waar Judge de
nadruk op legde zijn dharana (gerichte aandacht, concentratie),
dhyana (meditatie, spirituele contemplatie) en samadhi
(vereniging met het goddelijke). Zoals geldt voor alle andere dingen
die we ervaren, zijn deze stadia relatief. Ze betekenen verschillende
dingen afhankelijk van het niveau van onze ontwikkeling. Voor beginners
gaf Judge de volgende benadering van concentratie: zoek een voorwerp
of idee uit om het denken op te richten, en richt je aandacht erop (dharana);
concentreer je erop, en peins erover (dhyana); mediteer erover (samadhi).
Om te vermijden dat de reikwijdte van de meditatie wordt beperkt:
Onbeduidende en onbelangrijke voorwerpen moeten niet
worden uitgekozen: want als het denken daarop wordt geconcentreerd,
zal het niet verder reiken dan de omvang van het voorwerp. . . . Als
het denken wordt gebruikt, moet daarvoor het grootste bereik, het
hoogste doel, worden gekozen, zelfs wanneer we van tevoren weten dat
het niet volledig kan worden bereikt.
Kies daarom voor je vastgestelde meditatietijd onderwerpen
zoals aum, het zelf, atman, de meesters,
de loge, eenheid, . . .
Maar iedereen zou moeten proberen, zelfs al is het
maar kort, zich te concentreren op en te mediteren over het zelf als
alles in alles, als zijnde alles, als zijnde de persoon die mediteert.
– Echoes of the Orient 3:466
Er kunnen zich bij zoiets eenvoudigs als concentratie problemen voordoen.
Judge zei dat het geheugen de grootste belemmering vormt voor meditatie,
het zich herinneren van indrukken uit het verleden wanneer het denken
wordt afgeleid door zulke herinneringen, hersenindrukken en gewaarwordingen.
Meditatie is een proces van het in toenemende mate loslaten van onze
persoonlijke wensen. Hoe minder nadruk (hoe onbewust ook) op onze persoonlijke
natuur, hoe beter. Deze afleidingen versterken de beperkingen van de
persoonlijke natuur – dat aspect van onszelf waar we nu juist
bovenuit proberen te komen. ‘Als het denken in beslag wordt genomen
door talloze indrukken, gaat daarin ook een zichzelf reproducerende
kracht werken die deze zaden van het denken oppakt en ze leven inblaast’
(Echoes 2:355).
Omdat de meeste mensen er baat bij hebben om meditatie tot een gewoonte
of een routine te maken, stelde Judge voor om een bepaalde tijd van
de dag hiervoor te reserveren, en voegde daaraan toe: ‘Geestelijke
ontwikkeling wordt bereikt door concentratie. Er moet elke dag en elk
moment aan worden gewerkt om van nut te kunnen zijn’ (Brieven
die me hebben geholpen, 1:46). En, ‘Het succesvol ontwikkelen
van concentratie is niet weggelegd voor wie het slechts nu en dan probeert’
(Echoes 1:71).
Het vasthouden aan een speciale plaats voor meditatie is waardevol
omdat het de gewoonte van de oefening versterkt. Dagelijkse meditatie
op een vast tijdstip zorgt voor een routine voor het lichaam en ook
voor een patroon voor het denken. Naarmate men in de oefening vordert,
zullen de mentale patronen zich wijzigen en zal de geest, wanneer er
deuren naar nieuwe inzichten opengaan, zich op andere niveaus richten.
Door dagelijkse oefening wordt er een cyclische impressie gevormd en
is het denken niet meer geneigd zo snel af te dwalen.
Probeer elke dag wanneer je wakker wordt en voordat
je opstaat of tegen iemand spreekt je gedachten op dezelfde ideeën
te concentreren. Laat de eerste gedachten niet over zaken gaan; noch
dwaze noch zorgelijke. Maak er een gewoonte van die hoge gedachten
zoals hierboven genoemd als eerste gedachten te hebben. –
Echoes 3:466
Ons hele leven kan een meditatie zijn. ‘De meditatie
van een heel leven is de optelsom van de gedachten van een heel leven’
(aangehaald in Echoes 3:467).
[Ze] wordt elk uur door de filosoof, de mysticus,
de heilige, de crimineel, de kunstenaar, de ambachtsman en de zakenman
beoefend. Ze wordt beoefend als het hart ergens op is gericht; ze
verslapt zelden; op sommige momenten houdt de mediterende die hebzuchtig
achter geld, roem en macht aan rent, even stil, en hunkert een korte
poos naar een beter leven, maar de voorbijgaande gedachte aan een
dollar of een Engels pond roepen hem terug naar zijn huidige zintuigen,
en de oude meditatie wordt hervat.
– Echoes 2:5
Dit wordt onbewust door iedereen gedaan. Het is een onbewuste, maar
doelgerichte, automatische handeling van het denken dat gewoonlijk door
de verlangens van ons ‘lagere zelf’ wordt gestuurd. Bewuste
meditatie is ook doelgericht, maar deze vormt een bewuste keuze om zich
in het belang van geestelijke ontwikkeling met meditatieve oefening
bezig te houden. Er is een duidelijk verschil tussen het onbewust
verrichten van dagelijkse werkzaamheden en het bewust bereiken
van een meditatieve staat van waaruit we kalm een helder inzicht in
de verrichting van onze dagelijkse werkzaamheden kunnen krijgen. Onbewuste
dagelijkse ‘meditatie’ wordt vaak naar voren gebracht en
als een excuus gebruikt om de oefening die nodig is om een meditatief
element in ons dagelijks leven te brengen, niet te hoeven doen. Als
we bewust het niveau van meditatieve alertheid bereiken, kunnen we dit
in ons dagelijks leven introduceren.
Als we waarheid verlangen met dezelfde intensiteit
waarmee we vroeger naar succes, geld, of voldoening verlangden, zullen
we snel leren mediteren, en ons kunnen concentreren.
– Echoes 2:6-7
Elke dag en zo vaak als mogelijk is, en wanneer
je gaat slapen en wanneer je wakker wordt, denk, denk, denk na over
de waarheid dat je niet je lichaam, je hersenen, je astrale lichaam,
bent maar dat je DAT bent, en ‘DAT’
is de hoogste ziel. – Brieven
die me hebben geholpen 2:177
Sommige meditatie-oefeningen in ‘exclusieve concentratie’
richten zich op specifieke vitale centra in het lichaam. Een psychologische
verbinding kan dan tot stand worden gebracht. Dit type meditatie is
erop gericht de circulatie van de levensstromen (‘het magnetische
residu van de ademhaling’) van het organisme te stimuleren en
in evenwicht te brengen. Een algemene vergissing die bij het beoefenen
van dit type meditatie wordt gemaakt, is te proberen de stromen te beheersen.
Het is een vergissing om aan te nemen dat het persoonlijke zelf –
het ego – het evenwicht kan bepalen dat nodig is voor optimale
groei, en dat het op intelligente en adequate wijze deze organische
processen kan sturen. Het bereik van het bewustzijn dat nodig is voor
het met succes uitbalanceren van de levensstromen ligt voorbij het persoonlijke.
Vandaar dat er voor beoefenaars die zich dit niet bewust zijn een potentieel
gevaar bestaat dat ze deze aspecten van hun natuur zonder de nodige
instructies en zonder het vereiste inzicht gaan onderzoeken.
Judge adviseerde sommige mensen om geen yoga-oefeningen te doen, tenzij
ze door een bekwame leraar werden begeleid. Hij was zich bewust van
mentale problemen die door onverstandige yogabeoefening worden verergerd;
en ook dat concentratie op de vitale centra van het lichaam ongezonde
en gevaarlijke gevolgen kunnen hebben als men niet door een wijze en
competente leraar wordt begeleid.
De uitkomst van elke handeling is afhankelijk van het doel waarop het
verlangen zich richt. Judge adviseerde altijd om zich niet te concentreren
op het lagere zelf of op de persoonlijkheid, maar probeerde een aspiratie
naar het hoger zelf op te wekken. De transformerende krachten van concentratie,
van de wil en van meditatie kunnen, als ze op een meedogende en universele
manier worden aangewend, geestelijke groei bevorderen. ‘Je kunt
worden beschermd door een hoogstaand motief, een vertrouwen op het hogere
zelf en een innerlijke houding van onzelfzuchtigheid’ (Practical
Occultism, blz. 227).
Hoewel Judge het aanmoedigde om meditatie en yoga volgens het systeem
van Patañjali te beoefenen, wees hij er zorgvuldig op dat we
voor mogelijke bijwerkingen alleen dan veilig zullen zijn, als we dit
met mededogen en broederlijke gevoelens doen. Dan kunnen we naar onze
werkelijke geestelijke natuur aspireren, in plaats van tot de fysieke,
vitale, psychische en andere beperkte op het zelf gerichte delen van
onszelf te worden aangetrokken. ‘Altruïsme moet het doel
van het leven worden, anders zullen de oefeningen geen enkel blijvend
resultaat hebben’ (Echoes 2:400).
Noot
- The Yoga Aphorisms of Patañjali, Een
interpretatie door William Q. Judge, New York, 1889; herdruk, Theosophy
Company, Los Angeles. De yoga aforismen van Patañjali,
Ankh-Hermes, 1996.