Het ontsluieren van Isis: HPB’s eerste boek
John P. Van Mater

 

H.P. Blavatsky begon haar eerste grote werk – Isis ontsluierd: Een sleutel tot de mysteries van de oude en moderne wetenschap en religie – in 1875, hetzelfde jaar waarin ze de Theosophical Society stichtte. HPB vermeldt dat toen ze door haar leraren werd gevraagd om zoiets omvangrijks te schrijven, zij niet wist of ze dat wel aankon, want hoewel ze vele talen vloeiend sprak, voelde ze zich niet helemaal thuis in het Engels. Uit de meer dan dertig eerder al gepubliceerde artikelen in verschillende kranten en tijdschriften blijkt echter dat haar kennis van het Engels meer dan voldoende was en ze schreef met veel animo. Dezelfde stijl komt ook voor in Isis ontsluierd waarin ze nooit aarzelde om op te komen voor een principe als ze het gevoel had dat dit in het gedrang kwam.

Omdat ze maar een kleine bibliotheek bezat, werd HPB bij het zoeken naar materiaal door haar leraren geholpen. Ook een aantal andere mensen hielp haar, in het bijzonder kolonel Henry S. Olcott – medeoprichter van de Society – die haar maandenlang assisteerde bij het ordenen en bijschaven van het manuscript en dr. Alexander Wilder, academicus en platonist, die hielp bij het schrijven van het voorwoord, buitenlandse termen corrigeerde, in beide delen hier en daar waardevolle informatie toevoegde en veel niet-relevante informatie wegliet. Maar toch bevatten de twee boekdelen ongeveer 1300 bladzijden.

HPB had haar werk eerst de titel Een sleutel tot mysterieuze poorten gegeven, maar haar uitgever, J.W. Bouton, drong eropaan om het De sluier van Isis te noemen.

Deel 1 werd juist gedrukt met deze titel in de kopregels toen Bouton hoorde dat er in 1861 een boek was uitgebracht getiteld De sluier van Isis of de mysteriën van de druïden. Dus veranderde hij de titel in Isis ontsluierd, wat hij eigenlijk een betere titel vond.

De eerste 1000 exemplaren van Isis ontsluierd werden binnen 10 dagen verkocht en kregen goede recensies. The New York Herald noemde het ‘een van de meest opzienbarende scheppingen van de eeuw’, terwijl The New York Independent zei: ‘De uitgebreide kennis die wordt tentoongespreid is overweldigend’. Het boek werd tijdens HPB’s leven verschillende keren herdrukt en is nog steeds verkrijgbaar. De verscheidenheid aan onderwerpen die aan bod komen, de behandeling van alchemie en de geheime wetenschappen, haar beschrijving van sommige gebeurtenissen die zijzelf moet hebben meegemaakt tijdens haar vele reizen, dragen alle bij aan de kracht en geestdrift van Isis ontsluierd die nu nog voelbaar zijn. Deel 1 heeft als titel Wetenschap; Deel 2, Religie. Een verklarende woordenlijst is bijgevoegd als onderdeel van het voorwoord.

In de eerste plaats kunnen we ons afvragen wat de betekenis is van de godin Isis in de titel? Mensen zijn geneigd oude verhalen en mythen als primitieve verbeelding te beschouwen. Onderzoekers zoals Joseph Campbell en Mircea Eliade zijn er voor een groot deel in geslaagd mythen en legenden weer hun plaats te geven als symbolische voorstellingen van de geloofsovertuigingen van oude volkeren die, intellectueel of spiritueel, in geen enkel opzicht voor ons onderdeden. Trouwens de Ouden materialiseerden vaak zelf hun god of goden, die oorspronkelijk als symbolen van de levende innerlijke structuur van de kosmische natuur werden gezien.

Laten we proberen de ware betekenis te achterhalen van wat Isis bij de Egyptenaren symboliseerde en wat er met de ‘sluier van Isis’ wordt bedoeld. In één interpretatie wordt Isis gezien als het tweede aspect van de drieëenheid Osiris, Isis en Horus. Zo’n drieëenheid wordt in bijna alle grote religieuze stelsels gevonden. Ze komt overeen met de Vader, de Heilige Geest en de Zoon bij de christenen en met parabrahman, mulaprakriti en brahman bij de hindoes.

Isis werd door de Egyptenaren gezien als de meer toegankelijke of zichtbare kant van de godin Neith, die de occulte of verborgen wijsheid symboliseerde die door de eeuwen heen in de mysteriescholen van de oudheid overal werd verkondigd. Hoewel deze scholen later in verval raakten, probeerden ze nog steeds de goddelijke theosophia of oude wijsheid uit te dragen die door de eeuwen heen de basis vormt van alle grote filosofische stelsels. De Grote Tempel van Neith stond in Saïs dat evenals Alexandrië aan een tak van de Nijl lag.

De geschiedkundige Plutarchus bezocht Egypte rond het einde van de eerste eeuw of het begin van de tweede eeuw van onze jaartelling. Hij was een zeer ontwikkeld mens, een ingewijde en voormalig priester in Delphi. Deze goede reputatie moet voor hem als een ‘Sesam open u!’ hebben gediend tijdens zijn bezoek aan Egypte, want hij werd door zijn Egyptische collega’s, die hem misschien als een broeder hebben herkend, met veel respect behandeld. Eén reden om dit aan te nemen is dat zijn essay ‘Osiris en Isis’ niet is geschreven in de gebruikelijke ongekunstelde stijl van Plutarchus, maar in nogal moeilijke taal, alsof hij er zeker van wilde zijn dat hij geen leringen openbaar zou maken die behoorden tot het heiligdom en die hem in vertrouwen waren gegeven. Het oude beleid om esoterische leringen aan het volk te onthouden werd door de eeuwen heen algemeen toegepast door bijna alle grote religies in het oosten en het westen, waaronder ook het vroegchristelijke geloof waarvan de oorsprong kan worden teruggevoerd op verschillende groepen met esoterische wortels. Van Jezus zelf wordt gezegd dat hij tot de menigten in parabelen sprak, terwijl het zijn discipelen was toegestaan kennis te nemen van de geheimen van het Koninkrijk der Hemelen.

Toen Plutarchus naar Egypte kwam, was Alexandrië de hoofdstad. Hoewel de grote Bibliotheek van Alexandrië zijn beste tijd had gehad, was zij nog steeds het centrum van kennis in het Middellandse-Zeegebied. Plutarchus leefde niet lang genoeg om de nieuwe opleving van het platonisme in Alexandrië, het neoplatonisme, mee te maken. Door deze beweging werd het gedachteleven in het Middellandse-Zeegebied gedurende 300 jaar doordrongen van een esoterisch platonisme, totdat dit werd gesmoord onder het doodskleed van dogma en het daaruit voortvloeiende begin van de duistere Middeleeuwen.

Plutarchus maakt melding van de volgende inscriptie op de zuilengang van de tempel van Isis in Saïs: ‘Ik ben Isis, ik ben al dat was, dat is en dat zal zijn en geen enkele sterveling heeft ooit mijn sluier opgelicht’. Proclus, de grote neoplatonist, die ongeveer 400 jaar later in Athene schreef, vermeldt een andere zin die eveneens tot die inscriptie behoorde: ‘En de vrucht die ik voortbracht werd de zon’.

Wat heeft dit alles te maken met de sluier van Isis en HPB’s boek? De Ouden beschouwden de kosmos, de zon en de aarde als bezielde wezens die worden beheerst door talloze soorten levens. Zij zagen de wetten en werkwijzen van de natuur als de overkoepelende activiteit van superieure wezens die door hun tegenwoordigheid de harmonie van de sferen waarborgen. De sluier van Isis is dus de wereld die we om ons heen zien en met het oplichten daarvan wordt bedoeld: het tot op zekere hoogte doordringen tot het ware oorzakelijke universum dat elk aspect van wat we om ons heen zien bezielt en bestuurt, en dat deze sluier voor ons verborgen houdt.

Laten we nogmaals de inscriptie op de tempel van Isis bekijken. Welke sterveling is het gelukt om tot achter de sluier van de zichtbare wereld te reiken? Alleen zij die daarvoor gereed waren, gedisciplineerd, gezuiverd en gesterkt. Wanneer de hiërofant verklaarde dat de kandidaat er voldoende klaar voor was, zond de voorbereide neofiet zijn waarnemend bewustzijn achter de uiterlijke schijn en onderhield zich met de goden. Dit wordt inwijding genoemd en de succesvol ingewijde keerde terug bekleed met de zon, omringd met een aureool. Dit is de oorspronkelijke reden waarom koningen worden gekroond, want in vroegere tijden toen de goden de mensen onderwezen, kroonden ingewijde-koningen letterlijk zichzelf: het was geen lege formaliteit. Zulke mensen regeerden inderdaad bij goddelijk recht – het recht van hun innerlijke geestelijke verworvenheden.

Wat betekent dan de laatste zin die door Proclus werd geschreven: ‘En de vrucht die ik voortbracht werd de zon’? Hier vertolkt Isis haar rol als kosmische moeder, de tweede persoon van de drieëenheid Osiris, Isis en Horus. Toen het zonnewezen werd geboren, was de vrucht die Isis voortbracht Horus, de god van de zon, of de god die de zon is. Het is inspirerend te bedenken dat wij, poëtisch gezegd, allen kinderen van de zon zijn, potentiële godheden.

In haar boeken spreekt HPB zich onvervaard uit tegen het materialisme in de wetenschap en tegen blind, onnadenkend dogma in de religie. De grote waarde van Isis ontsluierd ligt in het feit dat het zo overtuigend de verborgen kant van de natuur en de mens behandelt en op die manier tenminste een tipje van de zogenaamde sluier van Isis oplicht. Hoewel het als boek weinig structuur lijkt te hebben, opende Isis de deur voor de meer systematische Geheime leer waarin HPB’s leraren meer konden zeggen en zich duidelijker konden uitspreken. Opmerkelijk is dat HPB’s meesterwerk, De geheime leer, tenminste 100 keer uit Isis ontsluierd citeert. Na meer dan honderd jaar moeten we deze prachtige boeken eigenlijk nog beginnen te ontdekken.

 
Andere artikelen over H.P. Blavatsky
 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 1997

© Theosophical University Press Agency