Bedwelmd door de wateren van Lethe, zijn we vergeten dat Nous, onze
geestelijke gids en mentor, zich wèl herinnert, kennis heeft
en – als we het maar konden opbrengen om Psyche, onze ziel, aan
haar toe te vertrouwen – voor ons de vluchtige visioenen van geestelijke
dingen zou kunnen oproepen: die zwakke maar werkzame teugen uit de bron
van wijsheid.
In lang vervlogen tijden zochten de Grieken raad bij de orakels van
Delphi, Trophonius, de berg Olympus, en andere gewijde heiligdommen.
Als het hart zuiver was en het denken onder controle, dan wekten de
ontvangen antwoorden opnieuw innerlijke bronnen van wijsheid op. Welke
verbindingslijnen bestonden er toen tussen goden en mensen? Evenals
vroeger zijn wij in onze tijd op zoek naar raad, zoeken we licht voor
onze kwellende problemen van angst en wanhoop die ons door eeuwen van
dwaasheid, onwetendheid en hebzucht in onze huidige verwarring van idealen
hebben getroffen. Waar zijn de orakels van een vervlogen herinnering,
de heiligdommen die god en godin opwekken om aandacht te schenken aan
onze oproep? Ja, waar zijn de Mysteria van Eleusis, van Samothrace,
en van andere centra waar de aspirant de vereiste training en discipline
kon ondergaan opdat de wereld er beter van zou worden?
Helaas, de wouden zijn vol namaakorakels, valse priesters en priesteressen
die, terwijl ze voorgeven in verbinding te staan met het goddelijke,
hun onzalige koopwaar verkopen aan de dwazen en de door emoties verblinden.
Niettemin is gemeenschap tussen goden en mensen altijd mogelijk en zal
dat altijd zijn, want het vermogen om de geheime bron van waarheid aan
te boren zetelt in de ziel. Maar kennis daarvan komt alleen toe aan
hen die omgang hebben met Nous, de kenner in ons, gepersonifieerd als
Mnemosyne, Godin van de Herinnering. Wie is deze godin en wat is haar
functie?
Mnemosyne, moeder van de Muzen, is de dienares van Nous, van wie het
de opgave is om Psyche, de ziel, ertoe te bewegen zich de waarheid voor
de geest te halen, zodat ze door zich haar goddelijke oorsprong te herinneren,
tenslotte het recht op hereniging met Nous verwerft. Onder de overblijfselen
van de Orfische mysteriën die in de graven op Kreta en in Zuid-Italië
zijn teruggevonden, zijn acht kleine, heel dunne bladgouden schrijftabletten
waarin kleine Griekse letters zijn gegraveerd. Een hiervan uit de buurt
van Petelia, bij Strongoli, spreekt over twee bronnen bij de ingang
van de Onderwereld: de bron van Lethe of Vergetelheid (zonder naam)
links, en die van Mnemosyne of Herinnering rechts:
Gij zult links van het Huis van Hades een bron vinden,
En daarnaast staat een witte cypres.
Nader deze bron niet te dicht.
Maar gij zult er nog een vinden bij het Meer van Herinnering,
Koud water stroomt erdoor, en er staan Wachters voor.
Zeg: ‘Ik ben een kind van de Aarde en van de Sterrenbezaaide
Hemel;
Maar mijn volk is (uitsluitend) van de Hemel. Dit weet uzelf.
En kijk, ik smacht van de dorst en ik verga. Geef mij snel
Het koude water dat stroomt uit het Meer van Herinnering.’
En uit zichzelf zullen zij u te drinken geven uit de heilige Bron,
En daarna zult gij heer zijn onder de andere Helden. . . .1
In deze hymne wordt de Orfische kandidaat gewaarschuwd voor het drinken
van het water van Lethe. In een andere beschrijving door Pausanias,
een Griekse reiziger en geograaf uit de 2de eeuw na Chr., drinkt de
kandidaat uit de bron van Lethe om ‘alles waar hij tot dan toe
aan heeft gedacht te vergeten’. Daarna doet hij zich tegoed aan
de wateren van Mnemosyne, opdat hij zich alles kan herinneren wat hij
heeft gezien en gehoord, want Mnemosyne is de ‘heilige bron’
waarvan het water is bestemd voor de ‘zuiveren en gezonden van
hoofd en hart en die niet over een slecht geweten beschikken.’2
|
Orfisch
schrijftablet uit Petelia, Italië (in Harrison, Prolegomena,
blz. 573) |
Lange perioden, misschien wel verschillende levens, waren en zullen
altijd nodig zijn voordat iemand in staat is om de verleiding van Lethe
geheel te weerstaan. Als hulp daarbij roept de OrŪka de schone godin
van Herinnering op, niet door hol ritueel, maar met het onwankelbare
vertrouwen dat Nous tenslotte Psyche ertoe zal brengen zich te herinneren.
Thomas Taylor (1758-1835), de onvermoeibare vertaler van Griekse en
neoplatonische klassieken, publiceerde in 1787 een kleine verzameling
Orfische hymnen, waaruit we het volgende overnemen:3
Aan Mnemosyne of Godin van Herinnering:
De echtgenote van de goddelijke Jupiter roep ik aan,
Bron van de heilige, lieflijk sprekende Negen (Muzen);
Vrij van de vergetelheid van de gevallen geest,
Door wie de ziel met het verstand is verbonden.
De groei van de rede en het denken behoren aan u,
Die al-machtig, vriendelijk, waakzaam en sterk is.
’t Is aan u alle gedachten opgeslagen in het hart
Uit hun lethargische rust op te wekken;
En zonder iets te vergeten, het mentale oog met kracht
Uit de donkere nacht van vergetelheid te doen ontwaken.
Kom, gezegende macht, roep uw mystieke herinnering wakker
Voor de heilige riten, en verbreek de boeien van Lethe.
Het is opmerkelijk dat we deze getuigenissen bezitten van een wijsheid
die zich richt tot het onsterfelijke en niet alleen tot het vergankelijke.
Voor Mnemosyne is haar opdracht duidelijk: ons krachtig en nauwgezet
bewust te maken van onze ware erfenis, zodat we bewust kunnen beginnen
met de eeuwendurende taak van het losmaken van de banden van zelfzucht
en materie-gericht denken. En als we zo met inzicht gebruikmaken van
de bron van Vergetelheid, en met overgave drinken van het verkoelende
water van het Meer van Herinnering, kunnen we met recht het voorouderlijke
wachtwoord uitspreken:
Ik ben een kind van de Aarde en van de Sterrenbezaaide
Hemel;
Maar mijn volk is (uitsluitend) van de Hemel.
Nadat de afdaling in Hades was voltooid, keerde de succesvolle kandidaat
terug naar het licht, bekleed met de schittering van de dingen die hij
heeft gezien en die hij zich herinnert. Opdat de persoonlijke ervaringen
van iedere nieuwgeborene zouden worden opgetekend terwijl die nog vers
in het geheugen lagen, bijvoorbeeld nadat hij zich uit de Trophonius-grot
verhief, werd van hem vereist ‘om een schrijftablet op te dragen
waarop alles staat geschreven wat ieder heeft gehoord en gezien’.
Aldus bericht Pausanias wat hij uit persoonlijke ervaring had vernomen
en ook van anderen die de heilige ritus hadden ondergaan.4
Tot zover wat betreft de moedige discipel van de oude of moderne Mysteria,
maar wat te zeggen over u en mij, die misschien een waarachtig heimwee
voelen naar kennis van de ongeziene dingen, maar die toch nog de zoete
vergetelheid van de slaap nodig hebben en een gedeeltelijk onbewustzijn
totdat we voldoende zijn gegroeid in zelfkennis, onderscheidingsvermogen,
en mededogen. Gevangen als we zijn in zelfgemaakte ketenen, verlangt
een deel van ons ernaar onze ‘mystieke herinnering’ van
heilige dingen wakker te roepen.
Opnieuw vragen we ons af: Waarom herinneren we ons niet? Plato geeft
ons een aanwijzing aan het einde van zijn Republiek, wanneer
de zielen, elk voor zich, hun levenslot hadden gekozen voor hun komende
geboorte op aarde. Nadat ze waren gewaarschuwd om voorzichtig te zijn
en niet inhalig, werden ze geleid voor de drie Moira’s of Spinsters
van het Lot. Toen ze bij zonsondergang aankwamen op de dorre vlakte
der Vergetelheid werd hen gezegd ‘een bepaalde hoeveelheid’
water te drinken uit de rivier de Lethe. Wijselijk merkt hij op dat
‘zij die niet door wijsheid werden gered, meer ervan dronken dan
nodig was’ en daardoor ‘alles’ vergaten. In die weinige
woorden schuilt het hele drama, de tragi-komedie van het menselijke
bestaan, en ook zijn blijvende hoop. Wie van ons die verlangen om de
pijnlijke confrontaties van elke dag te vergeten, verwelkomt niet een
weldadige slaap. Hoeveel meer zouden we dan de genade van de dood waarderen,
waarna al het edele en schone van een leven zijn onuitwisbare indruk
op de ziel achterlaat.
De natuur is altijd meedogend en rechtvaardig: omdat de heldere wateren
van Mnemosyne aan de onvoorbereiden de dood zouden kunnen brengen, gaat
ze op een zorgzame manier te werk waardoor een of meer van haar dochters
tot zielenadel kan inspireren. Zoeken we zelfs vandaag de dag niet naar
Terpsichore, Melpomene, of Polyhymnia – de Muzen van dans, zang
en hymne – zowel voor een innerlijke als een uiterlijke verfrissing?
Krijgen wetenschappers in hun zelfopofferende arbeid en onderzoek geen
intuïtieve ingevingen van Urania van wie de magische staf naar
de hemelse sferen verwijst waar haar hemelse kennis vandaan komt? Ongetwijfeld
bevindt ieder mens zich onder de bijzondere hoede van een of meer van
de ‘lieflijk sprekende Negen’ – boodschappers van
ons geestelijke zelf, van wie de levenschenkende wijsheid een voortdurende
hulp is bij het zich herinneren.
Zo diepgaand werd dit begrepen dat de dichter Hesiodus uitriep:
Onuitsprekelijk gezegend
is hij die door de Muzen wordt bemind.
Noten
- Zie ‘Critical Appendix on the Orphic Tablets’,
bijdrage van Prof. Gilbert Murray aan Jane Harrisons Prolegomena
to the Study of the Greek Religion, Meridian Books, 2de druk,
1957, blz. 659-73.
- Inscriptiones Graecae Insularum Maris Aegaei,
vol. 1, no. 789, geciteerd in Pagan Regeneration: A Study of Mystery
Initiations in the Graeco-Roman World door Harold R. Willoughby,
University of Chicago Press, 1929, blz. 44n.
- Thomas Taylor, The Mystical Hymns of Orpheus:
Translated from the Greek, and demonstrated to be the Invocations
which were used in the Eleusinian Mysteries, New Edition, Bertram
Dobell, Londen, 1896, blz. 146.
- Description of Greece, The Loeb Classical
Library, vol. IV, Grieks met Engelse vertaling door W.H.S. Jones,
Litt. D., Harvard University Press, Cambridge, Mass., 1979, Section
Boeotia, passim.