Waarom herinneren we ons niet?
Grace F. Knoche

 

Bedwelmd door de wateren van Lethe, zijn we vergeten dat Nous, onze geestelijke gids en mentor, zich wèl herinnert, kennis heeft en – als we het maar konden opbrengen om Psyche, onze ziel, aan haar toe te vertrouwen – voor ons de vluchtige visioenen van geestelijke dingen zou kunnen oproepen: die zwakke maar werkzame teugen uit de bron van wijsheid.

In lang vervlogen tijden zochten de Grieken raad bij de orakels van Delphi, Trophonius, de berg Olympus, en andere gewijde heiligdommen. Als het hart zuiver was en het denken onder controle, dan wekten de ontvangen antwoorden opnieuw innerlijke bronnen van wijsheid op. Welke verbindingslijnen bestonden er toen tussen goden en mensen? Evenals vroeger zijn wij in onze tijd op zoek naar raad, zoeken we licht voor onze kwellende problemen van angst en wanhoop die ons door eeuwen van dwaasheid, onwetendheid en hebzucht in onze huidige verwarring van idealen hebben getroffen. Waar zijn de orakels van een vervlogen herinnering, de heiligdommen die god en godin opwekken om aandacht te schenken aan onze oproep? Ja, waar zijn de Mysteria van Eleusis, van Samothrace, en van andere centra waar de aspirant de vereiste training en discipline kon ondergaan opdat de wereld er beter van zou worden?

Helaas, de wouden zijn vol namaakorakels, valse priesters en priesteressen die, terwijl ze voorgeven in verbinding te staan met het goddelijke, hun onzalige koopwaar verkopen aan de dwazen en de door emoties verblinden. Niettemin is gemeenschap tussen goden en mensen altijd mogelijk en zal dat altijd zijn, want het vermogen om de geheime bron van waarheid aan te boren zetelt in de ziel. Maar kennis daarvan komt alleen toe aan hen die omgang hebben met Nous, de kenner in ons, gepersonifieerd als Mnemosyne, Godin van de Herinnering. Wie is deze godin en wat is haar functie?

Mnemosyne, moeder van de Muzen, is de dienares van Nous, van wie het de opgave is om Psyche, de ziel, ertoe te bewegen zich de waarheid voor de geest te halen, zodat ze door zich haar goddelijke oorsprong te herinneren, tenslotte het recht op hereniging met Nous verwerft. Onder de overblijfselen van de Orfische mysteriën die in de graven op Kreta en in Zuid-Italië zijn teruggevonden, zijn acht kleine, heel dunne bladgouden schrijftabletten waarin kleine Griekse letters zijn gegraveerd. Een hiervan uit de buurt van Petelia, bij Strongoli, spreekt over twee bronnen bij de ingang van de Onderwereld: de bron van Lethe of Vergetelheid (zonder naam) links, en die van Mnemosyne of Herinnering rechts:

Gij zult links van het Huis van Hades een bron vinden,
En daarnaast staat een witte cypres.
Nader deze bron niet te dicht.
Maar gij zult er nog een vinden bij het Meer van Herinnering,
Koud water stroomt erdoor, en er staan Wachters voor.
Zeg: ‘Ik ben een kind van de Aarde en van de Sterrenbezaaide Hemel;
Maar mijn volk is (uitsluitend) van de Hemel. Dit weet uzelf.
En kijk, ik smacht van de dorst en ik verga. Geef mij snel
Het koude water dat stroomt uit het Meer van Herinnering.’
En uit zichzelf zullen zij u te drinken geven uit de heilige Bron,
En daarna zult gij heer zijn onder de andere Helden. . . .1

In deze hymne wordt de Orfische kandidaat gewaarschuwd voor het drinken van het water van Lethe. In een andere beschrijving door Pausanias, een Griekse reiziger en geograaf uit de 2de eeuw na Chr., drinkt de kandidaat uit de bron van Lethe om ‘alles waar hij tot dan toe aan heeft gedacht te vergeten’. Daarna doet hij zich tegoed aan de wateren van Mnemosyne, opdat hij zich alles kan herinneren wat hij heeft gezien en gehoord, want Mnemosyne is de ‘heilige bron’ waarvan het water is bestemd voor de ‘zuiveren en gezonden van hoofd en hart en die niet over een slecht geweten beschikken.’2

Orfisch schrijftablet uit Petelia, Italië (in Harrison, Prolegomena, blz. 573)

Lange perioden, misschien wel verschillende levens, waren en zullen altijd nodig zijn voordat iemand in staat is om de verleiding van Lethe geheel te weerstaan. Als hulp daarbij roept de OrŪka de schone godin van Herinnering op, niet door hol ritueel, maar met het onwankelbare vertrouwen dat Nous tenslotte Psyche ertoe zal brengen zich te herinneren. Thomas Taylor (1758-1835), de onvermoeibare vertaler van Griekse en neoplatonische klassieken, publiceerde in 1787 een kleine verzameling Orfische hymnen, waaruit we het volgende overnemen:3

Aan Mnemosyne of Godin van Herinnering:
De echtgenote van de goddelijke Jupiter roep ik aan,
Bron van de heilige, lieflijk sprekende Negen (Muzen);
Vrij van de vergetelheid van de gevallen geest,
Door wie de ziel met het verstand is verbonden.
De groei van de rede en het denken behoren aan u,
Die al-machtig, vriendelijk, waakzaam en sterk is.
’t Is aan u alle gedachten opgeslagen in het hart
Uit hun lethargische rust op te wekken;
En zonder iets te vergeten, het mentale oog met kracht
Uit de donkere nacht van vergetelheid te doen ontwaken.
Kom, gezegende macht, roep uw mystieke herinnering wakker
Voor de heilige riten, en verbreek de boeien van Lethe.

Het is opmerkelijk dat we deze getuigenissen bezitten van een wijsheid die zich richt tot het onsterfelijke en niet alleen tot het vergankelijke. Voor Mnemosyne is haar opdracht duidelijk: ons krachtig en nauwgezet bewust te maken van onze ware erfenis, zodat we bewust kunnen beginnen met de eeuwendurende taak van het losmaken van de banden van zelfzucht en materie-gericht denken. En als we zo met inzicht gebruikmaken van de bron van Vergetelheid, en met overgave drinken van het verkoelende water van het Meer van Herinnering, kunnen we met recht het voorouderlijke wachtwoord uitspreken:

Ik ben een kind van de Aarde en van de Sterrenbezaaide Hemel;
Maar mijn volk is (uitsluitend) van de Hemel.

Nadat de afdaling in Hades was voltooid, keerde de succesvolle kandidaat terug naar het licht, bekleed met de schittering van de dingen die hij heeft gezien en die hij zich herinnert. Opdat de persoonlijke ervaringen van iedere nieuwgeborene zouden worden opgetekend terwijl die nog vers in het geheugen lagen, bijvoorbeeld nadat hij zich uit de Trophonius-grot verhief, werd van hem vereist ‘om een schrijftablet op te dragen waarop alles staat geschreven wat ieder heeft gehoord en gezien’. Aldus bericht Pausanias wat hij uit persoonlijke ervaring had vernomen en ook van anderen die de heilige ritus hadden ondergaan.4

Tot zover wat betreft de moedige discipel van de oude of moderne Mysteria, maar wat te zeggen over u en mij, die misschien een waarachtig heimwee voelen naar kennis van de ongeziene dingen, maar die toch nog de zoete vergetelheid van de slaap nodig hebben en een gedeeltelijk onbewustzijn totdat we voldoende zijn gegroeid in zelfkennis, onderscheidingsvermogen, en mededogen. Gevangen als we zijn in zelfgemaakte ketenen, verlangt een deel van ons ernaar onze ‘mystieke herinnering’ van heilige dingen wakker te roepen.

Opnieuw vragen we ons af: Waarom herinneren we ons niet? Plato geeft ons een aanwijzing aan het einde van zijn Republiek, wanneer de zielen, elk voor zich, hun levenslot hadden gekozen voor hun komende geboorte op aarde. Nadat ze waren gewaarschuwd om voorzichtig te zijn en niet inhalig, werden ze geleid voor de drie Moira’s of Spinsters van het Lot. Toen ze bij zonsondergang aankwamen op de dorre vlakte der Vergetelheid werd hen gezegd ‘een bepaalde hoeveelheid’ water te drinken uit de rivier de Lethe. Wijselijk merkt hij op dat ‘zij die niet door wijsheid werden gered, meer ervan dronken dan nodig was’ en daardoor ‘alles’ vergaten. In die weinige woorden schuilt het hele drama, de tragi-komedie van het menselijke bestaan, en ook zijn blijvende hoop. Wie van ons die verlangen om de pijnlijke confrontaties van elke dag te vergeten, verwelkomt niet een weldadige slaap. Hoeveel meer zouden we dan de genade van de dood waarderen, waarna al het edele en schone van een leven zijn onuitwisbare indruk op de ziel achterlaat.

De natuur is altijd meedogend en rechtvaardig: omdat de heldere wateren van Mnemosyne aan de onvoorbereiden de dood zouden kunnen brengen, gaat ze op een zorgzame manier te werk waardoor een of meer van haar dochters tot zielenadel kan inspireren. Zoeken we zelfs vandaag de dag niet naar Terpsichore, Melpomene, of Polyhymnia – de Muzen van dans, zang en hymne – zowel voor een innerlijke als een uiterlijke verfrissing? Krijgen wetenschappers in hun zelfopofferende arbeid en onderzoek geen intuïtieve ingevingen van Urania van wie de magische staf naar de hemelse sferen verwijst waar haar hemelse kennis vandaan komt? Ongetwijfeld bevindt ieder mens zich onder de bijzondere hoede van een of meer van de ‘lieflijk sprekende Negen’ – boodschappers van ons geestelijke zelf, van wie de levenschenkende wijsheid een voortdurende hulp is bij het zich herinneren.

Zo diepgaand werd dit begrepen dat de dichter Hesiodus uitriep:


Onuitsprekelijk gezegend
is hij die door de Muzen wordt bemind.

 

Noten

  1. Zie ‘Critical Appendix on the Orphic Tablets’, bijdrage van Prof. Gilbert Murray aan Jane Harrisons Prolegomena to the Study of the Greek Religion, Meridian Books, 2de druk, 1957, blz. 659-73.
  2. Inscriptiones Graecae Insularum Maris Aegaei, vol. 1, no. 789, geciteerd in Pagan Regeneration: A Study of Mystery Initiations in the Graeco-Roman World door Harold R. Willoughby, University of Chicago Press, 1929, blz. 44n.
  3. Thomas Taylor, The Mystical Hymns of Orpheus: Translated from the Greek, and demonstrated to be the Invocations which were used in the Eleusinian Mysteries, New Edition, Bertram Dobell, Londen, 1896, blz. 146.
  4. Description of Greece, The Loeb Classical Library, vol. IV, Grieks met Engelse vertaling door W.H.S. Jones, Litt. D., Harvard University Press, Cambridge, Mass., 1979, Section Boeotia, passim.
 
Oude culturen/beschavingen en hun spirituele tradities: Griekenland
 
Griekse filosofie
 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/april 1999

© 1999 Theosophical University Press Agency