Spirituele verlichting tegenover psychische illusies
Gerhard Fischer

 

Als we vandaag de dag in de wereld om ons heen kijken, nemen we een snelle toename waar van het aantal zogenaamd religieuze, psychische en pseudo-mystieke bewegingen die hun oorsprong deels in het Verre Oosten hebben, maar ook in de Verenigde Staten, en dat gaat gepaard met een toename van psychische, metafysische en occulte praktijken. Zulke ontwikkelingen zijn op zichzelf niet verbazingwekkend. Zoals H.P. Blavatsky in 1891 schreef:


Psychische vermogens, met alle gevaren en verlokkingen daarvan, ontwikkelen zich nu onvermijdelijk onder u en u moet oppassen dat de psychische ontwikkeling de manasische [mentale] en geestelijke niet overtreft. Volkomen onder controle gehouden, beheerst en geleid door het manasische beginsel, zijn psychische vermogens een waardevolle hulp voor de ontwikkeling. Maar als deze vermogens vrij spel krijgen, leiding nemen in plaats van geleid te worden, gebruiken in plaats van gebruikt te worden, brengen ze de onderzoeker tot allergevaarlijkste waanvoorstellingen en de zekerheid van morele ondergang. Volg daarom aandachtig deze ontwikkeling die in uw ras en evolutieperiode onvermijdelijk is, zodat ze tenslotte ten goede en niet ten kwade zal uitwerken. – H.P. Blavatsky aan de Amerikaanse Conventies, blz. 49


        Mensen die sterk verlangen naar antwoorden op de mysteries van het leven en die niet langer tevreden zijn met de antwoorden van de gevestigde instellingen, worden aangetrokken tot psychische en pseudo-mystieke bewegingen – die onder andere worden vertegenwoordigd door bepaalde traditionele oosterse sekten. In hun leringen worden mensen gewoonlijk gelokt met een of ander persoonlijk voordeel, en hun leden streven voornamelijk naar het verkrijgen van de lagere siddhi’s of occulte vermogens. De geheimen van de verschillende nådî’s, chakra’s of zenuwcentra bijvoorbeeld, oefenen op veel mensen een sterke fascinatie uit. Maar velen zijn zich niet bewust van de ernstige gevaren voor henzelf die verborgen liggen in zulke technieken en vermogens – vooral wanneer men deze nastreeft om in het voordeel te zijn ten opzichte van anderen of invloed op hen te kunnen uitoefenen. Afgezien van schadelijke psychische effecten kan ook ziekte het gevolg zijn van het tot abnormale activiteit opwekken van de chakra’s, waardoor het evenwicht van de prana’s of levenskrachten wordt verstoord. Verder weten veel mensen iets over de beoefening van ha†hayoga – of dat denken ze althans. Ik doel hier niet op relatief onschadelijke lichaamsoefeningen, die wellicht enig nut kunnen hebben, maar op de psychoastrale oefeningen die gewoonlijk bestaan uit bepaalde lichaamshoudingen samen met oefeningen om de ademhaling te beheersen. Deze kunnen niet alleen een verstorende invloed hebben op het bewustzijn, maar kunnen ook de normale energiekringlopen in het lichaam belemmeren. Hieruit zien we dat er hoge eisen worden gesteld aan ons beoordelingsvermogen, dat we door geestelijke studie en een overeenkomstige levenswijze moeten trainen.
        Een verwant gebied dat veel belangstelling trekt is mentale of gebedsgenezing. In 1890 schreef Blavatsky:


Naarmate de voorbereiding voor een nieuwe cyclus vordert, . . . beginnen de latente psychische en occulte krachten in de mens te ontkiemen en te groeien. Vandaar de snelle groei van bewegingen als Christian Science, en groepen die zich bezighouden met mentale, metafysische of geestelijke genezing, enz. Al deze bewegingen vertegenwoordigen niets anders dan verschillende stadia van de beoefening van deze groeiende krachten – die nog niet worden begrepen en maar al te vaak in onwetendheid verkeerd worden gebruikt. Begrijp eens en voor altijd dat geen van deze manifestaties iets ‘geestelijks’ of ‘goddelijks’ in zich heeft. De genezingen die erdoor worden teweeggebracht zijn eenvoudig het resultaat van het onbewust toepassen van occulte kracht op de lagere gebieden van de natuur – gewoonlijk die van prana of levensstromen. – Op. cit., blz. 42-3


        Hoe kunnen we de waarde van zulke therapieën bepalen? Toen W.Q. Judge zijn opvattingen daarover gaf, legde hij uit dat


ziekten grove manifestaties zijn die zichtbaar worden als ze ons systeem verlaten, zodat iemand kan worden gezuiverd. Als we ze met ons denken dat door onwetendheid wordt geleid, tegenhouden, werpen we ze terug naar hun oorzaak en planten ze opnieuw op hun mentale gebied.
Dit is de werkelijke reden van ons bezwaar tegen metafysische genezingspraktijken, die we onderscheiden van de veronderstellingen en zogenaamde filosofie waarop deze methoden zouden berusten. Want we beweren met nadruk dat de resultaten niet worden teweeggebracht door welk filosofisch stelsel dan ook, maar door het praktische maar onwetende gebruik van psycho-fysiologische processen. – The Path, september 1892, blz. 190


        Ziekte dient dus als een zuiveringsproces te worden gezien. De symptomen van ziekte – die maar al te vaak ten onrechte worden beschouwd als de ziekte zelf – vertegenwoordigen de pogingen van genezende krachten om schadelijke elementen uit het lichaam te verdrijven. Veel mensen geloven echter dat ziekte kan worden genezen door het afsluiten van de poorten waardoor deze het lichaam kan verlaten. Maar door haar in te dammen, krijgen de wortels van de ziekte de gelegenheid om zich steviger te aarden en om energie te verspreiden en te verzamelen waardoor het lichaam later sterker zal reageren – sterker dan wanneer de ziekte de kans had gekregen zich de eerste keer te manifesteren. Bij gevallen van onderdrukking komt de ziekte terug met rente, en rente over rente – als het niet in dit leven gebeurt, dan gebeurt het in een toekomstig leven.
        Een betrouwbare manier om alle ziekten te voorkomen – lichamelijke zowel als psychische – is het beoefenen van de voorschriften van de oude wijsheid van de mensheid, zoals de paramita’s. Deze leggen de nadruk op de evolutie van geestelijke kwaliteiten, niet de psychische of intellectuele. In haar De Stem van de Stilte geeft H.P. Blavatsky de paramita’s als volgt:


Dana, de sleutel van barmhartigheid en onsterfelijke liefde.
Sila, de sleutel van harmonie in woord en daad, de sleutel die oorzaak en gevolg in evenwicht houdt en geen ruimte laat voor de werking van karma.
Kshanti, mild geduld dat door niets kan worden verstoord.
Viraga, gelijkmoedigheid ten opzichte van genot en leed; de illusie is overwonnen, alleen de waarheid wordt waargenomen.
Virya, de onverschrokken kracht die zich uit het slijk van aardse leugens al strijdend een weg baant naar de hoogste waarheid.
Dhyana, waarvan de gouden poort, eenmaal geopend, de narjol [adept] toegang geeft tot het rijk van het eeuwige sat en de onafgebroken contemplatie daarvan.
Prajña, de sleutel hiervan maakt van de mens een god, een bodhisattva, een zoon van de dhyani’s. – Fragment 3, blz. 45-6


        Spirituele waarneming en wijsheid ontstaan als een natuurlijk gevolg van de dagelijkse beoefening van zulke principes. Zoals Jezus leerde: zoekt eerst het koninkrijk der hemelen, en alle andere dingen zullen u worden toegevoegd – niet alleen aan fysieke behoeften zal worden voldaan, maar ook psychische krachten, energieën en vermogens zullen zich op natuurlijke en veilige wijze ontwikkelen wanneer ze worden verlicht en geleid door de innerlijke geestelijke zon. Genees uw ziel, en u geneest uw lichaam.
        Misschien proberen mensen ook om ziekten te genezen met hypnose. Ik geloof dat zo’n geneeswijze, zelfs als de patiënt zich werkelijk beter voelt, ten hoogste een tijdelijke verlossing is van de pijn, omdat hypnose niet in staat is de oorzaak van een ziekte op te heffen. Hypnose kan ook schadelijke bijwerkingen hebben. In sommige gevallen, bijvoorbeeld, drijft de invloed van de wil bij hypnose de ziekte van het ene orgaan naar het andere, zodat de patiënt aanvankelijk denkt dat hij is genezen. Maar na een poosje komt de ziekte terug in een nieuwe vorm, misschien in een ander orgaan. De persoon in kwestie denkt dan dat het om een nieuwe ziekte gaat, maar in feite is het dezelfde als eerst, alleen in een andere gedaante. Hypnose is in elk geval riskant, zelfs wanneer zij met de beste bedoelingen wordt toegepast. Door zich regelmatig daaraan bloot te stellen verzwakt de wil en wordt iemand vatbaar voor vreemde invloeden en op een bepaalde manier ontvankelijk voor het ontwikkelen van mediumschap: de gehypnotiseerde verliest zijn geestelijke onafhankelijkheid en wordt daardoor abnormaal ontvankelijk voor beïnvloeding van buitenaf.
        Dit brengt ons op een onderwerp vol gevaren: het zoeken van contact met de astrale wereld, in het bijzonder via mediums en mediumschap. Sommige mensen willen graag in staat zijn naar wens hun lichaam te verlaten, of verlangen naar een gids in de innerlijke wereld. Maar de ‘gidsen’ in deze zogenaamd spirituele rijken zijn bijna altijd elementale wezens, tovenaars, of de schaduwen op het lagere astrale gebied van gestorvenen. Deze vermeende spirituele gidsen doen zich vaak voor als beroemde of bekende mensen en geven antwoorden op de vragen van degenen die hen zijn toegewijd. In extreme gevallen gaat de betrokkenheid van deze wezens zover dat ze eisen om bij elke vraag te worden geconsulteerd, zelfs die betreffende de eenvoudigste zaken van het dagelijks leven. Ze kunnen directe orders uitvaardigen die, onder andere, de geestelijke ijver van de toegewijde versterken en hem ertoe brengen om goedgelovigen rond zich te verzamelen terwijl hijzelf als ‘geestelijk’ leraar of genezer optreedt. Maar de leiding van zo’n leraar helpt de geestelijke zoeker niet vooruit. De werkelijke spirituele gids of beschermengel is ieders eigen hogere zelf, de innerlijke meester.
        Op verschillende manieren kan een medium zijn astrale lichaam uit zijn fysieke lichaam doen treden. Terwijl het medium in trance is, gebruiken andere wezens zijn fysieke en zijn astrale lichaam voor hun eigen doeleinden, en het medium is zich in het algemeen niet ervan bewust dat er boodschappen via zijn lichaam worden geopenbaard. Elementalen of mensen die zijn overleden worden steeds daar naartoe getrokken waar een verlangen bestaat om met astrale gidsen in contact te komen. Sterke emoties, opwinding of zelfzuchtige wensen of verlangens kunnen voldoende zijn om zulke astrale wezens aan te trekken. Omdat alle gedachten hun specifieke vorm en kleur hebben in de astrale wereld worden ze door deze wezens opgemerkt, die hen zonder moeite kunnen terugvolgen naar degene die ze heeft voortgebracht en dan kunnen ze proberen hem te beïnvloeden of te schaden. Ze overheersen de toegewijde met hun eigen hartstochtelijke vibraties en zijn er de oorzaak van dat hij ertoe komt zich veel meer over te geven aan zijn neigingen, verlangens en kwalijke impulsen. De kwelgeest van de toegewijde kan zelfs nog verder gaan en hem aanzetten tot verschrikkelijke beslissingen en daden. In sommige gevallen leidt het verzet tegen deze invloeden tot een blijvend verlies van zenuwkracht en daarmee tot neurose en een leven dat wordt overschaduwd door ongezonde invloeden. Want als de poort naar de astrale wereld eenmaal is geopend, is het zeer moeilijk of onmogelijk om deze weer te sluiten.
        Wijsheid en zelfkennis kunnen aan ons evenmin worden overgedragen vanuit deze innerlijke gebieden als dat dit in de gewone wereld door een of andere truc kan worden gedaan. Iedereen moet wijsheid zoeken op zijn eigen evolutiepad – door ervaring, door zich naar binnen te richten, door innerlijke verheffing en het ontplooien van de innerlijke kwaliteiten. Verbinding met zulke astrale gidsen maakt ons hulpeloos en veroorzaakt langdurige afhankelijkheid. Zo iemand blijft misschien zijn leven lang een slaaf van ‘geesten’.
        In plaats daarvan zouden we moeten proberen een middelaar te worden die zich noch vrijwillig noch onvrijwillig door astrale wezens laat leiden, maar die in staat is hen onder controle te houden. Zo iemand is de meester; hij heeft beheersing over zichzelf; hij denkt onafhankelijk; hij is onpersoonlijk; hij bezit wijsheid, kennis en onderscheidingsvermogen. Hij gebruikt de hogere, geestelijke energieën die door hem heen stromen niet voor zichzelf, maar voor het welzijn van de mensheid. Wanneer een geestelijke entiteit door hem spreekt blijft hij, in tegenstelling tot een medium, daarbij volledig bewust.
        Veel mensen verlangen occulte vermogens zonder aan de noodzakelijke voorwaarden te voldoen. Om voor weldadige doeleinden over zulke vermogens te kunnen beschikken en ze te kunnen beheersen vereist vele levens van onbaatzuchtige dienstbaarheid aan de mensheid. Ieder die zich zonder adequate voorbereiding inlaat met occulte krachten, riskeert betrokken te raken bij mediumschap of zwarte magie. Door mediumschap wordt hij een slaaf van krachten en wezens van buitenaf. Door misbruik van occulte krachten, wat hem berooft van zijn beoordelings- en waarnemingsvermogen, wordt hij het blinde gereedschap van de vernietigende krachten in de natuur. Volgens de overlevering werden tijden geleden hele naties geruïneerd door verbasterd pseudo-occultisme, en hetzelfde gevaar bedreigt de mensheid van nu wanneer zulke kunsten zich onbelemmerd blijven uitbreiden.
        Pseudo-occulte kunsten geven geen blijvende voldoening en vreugde, en ze helpen ons ook niet volledig mens te worden. Volgens G. de Purucker:


Hij die het pad betreedt in de hoop vermogens van enigerlei aard te verwerven en die hij als iets van het allerhoogste belang beschouwt, is gedoemd te mislukken. Hij begeeft zich inderdaad op een zeer gevaarlijke en twijfelachtige weg, die in het ergste geval kan leiden tot toverij en zwarte magie en die hem op zijn best de sodomsappel van teleurstelling bezorgt. Dergelijke vermogens, geestelijke, intellectuele of psychische, zullen zich na verloop van tijd en op volkomen natuurlijke wijze ontwikkelen naarmate we vooruitgaan, mits we vastbesloten zijn het doel te bereiken en bovenal ons hart voortdurend verlicht en vervuld is van meedogende liefde, een liefde die zelfs nu een duidelijk kenmerk is van de geestelijke ziel in ons. – Bron van het Occultisme, blz. 12


        Om zijn hogere geestelijke en occulte vermogens te ontvouwen, moet iemand voortdurend aan zichzelf werken en zijn streven richten op het welzijn van de mensheid. Innerlijke groei door uiterlijke middelen te forceren is even vruchteloos als met geweld een bloemknop open te maken: de bloem zal erdoor worden vernietigd, het zaad worden gedood. Uiteindelijk houdt een te vroeg en gewelddadig occult ontwaken een soort vernietiging in, want evolutionaire groei vindt van binnenuit plaats, en niet andersom.
        We kunnen alleen van binnenuit groeien, onpersoonlijk en zonder voorbedachten rade, want alles wat groots en schoon is wordt in de stilte geboren. De innerlijke gebieden openen zich voor degene die de wetten van het leven in zijn hart heeft herkend en in harmonie daarmee handelt. Zijn bewustzijn reikt verder en verder naarmate hij zich meer losmaakt van de ketenen van persoonlijkheid en de verlokkingen van de tijdelijke verschijnselen van het leven. Als een ware occultist draagt hij in een geest van broederschap voortdurend bij aan het goddelijke plan van de evolutie.
 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 2002

© 2002 Theosophical University Press Agency