Kerngedachten van de theosofie

Al ruim 2000 jaar wordt in het Westen het woord theosofie gebruikt als aanduiding van goddelijke wijsheid of kennis ontleend aan zowel inzicht en ervaring als studie. Het is afgeleid van het Griekse theos (god, godheid) en sophia (wijsheid). Hoewel de Theosofische Beweging van deze tijd teruggaat tot Blavatsky en haar leraren, maakt ze deel uit van een spirituele beweging die even oud is als de denkende mensheid. Haar filosofie is een eigentijdse weergave van de eeuwige wijsheid die ten grondslag ligt aan de religies, wetenschappen en filosofieën van de wereld. Haar denkbeelden zijn geen dogma’s en evenmin kent ze een geloofsbelijdenis waarin haar beginselen worden opgesomd. Theosofische boeken worden niet als openbaringen beschouwd en ook niet als definitief en gezaghebbend, maar als leidraad bij individueel onderzoek.

De kerngedachte van de theosofie is dat alle wezens in essentie één zijn. In de kosmos is overal leven, want alles komt voort uit dezelfde onkenbare goddelijke bron. Alles leeft dus en ontwikkelt zich – van het subatomaire tot planten, dieren, mensen, planeten, sterren en melkwegstelsels. Elk van deze is in zijn kern goddelijk en drukt zich, afhankelijk van zijn graad van ontwikkeling, uit op spirituele, mentale, psychische, etherische en fysieke gebieden van bewustzijn en substantie. Evolutie is een proces van zelfexpressie waarbij een verscheidenheid van stoffelijke vormen worden aangenomen; daarna worden – tijdens de terugkeer naar de goddelijke oorsprong – in de loop van kosmische tijdsperioden vooral aspecten van geest en bewustzijn ontwikkeld. Het leven van een individu, van de mensheid en van de hele aarde maakt deel uit van dit kosmische proces.

Omdat we in essentie één zijn, zijn altruïsme en mededogen uitingen in het menselijk leven van kosmische en planetaire werkelijkheden. Mensen zijn op het innerlijke gebied onderling nauwer verbonden dan op het fysieke gebied; onze gedachten en gevoelens hebben dan ook een krachtige invloed op anderen. Door te proberen zo goed mogelijk in harmonie met het goddelijke te leven, zijn we niet alleen een zegen voor onze directe omgeving, maar ook voor de mensheid als geheel. Het ideaal is om het welzijn van de mensheid en van al wat leeft boven de eigen ontwikkeling te plaatsen.

Reïncarnatie en karma zijn de belangrijkste ideeën waaraan in het Westen door theosofen algemene bekendheid is gegeven. Hoewel de reïncarnatiegedachte als oosters werd beschouwd, is ze te vinden in de filosofie van Plato, de joodse leer en het vroege christendom, en werd ze pas in de zesde eeuw uit de leer van de Kerk verwijderd. Reïncarnatie en karma verwijzen beide naar het denkbeeld dat iemands karaktereigenschappen en leefomstandigheden worden bepaald door gedachten, daden en verlangens in dit of een vorig leven. Wij mensen zijn daarom verantwoordelijk voor ons eigen leven, en geen ander wezen – goddelijk of menselijk – kan de gevolgen van ook maar een van onze daden wegnemen of neutraliseren. Ieder van ons is het product van zijn totale verleden en ontwikkelt zich spiritueel door eigen doelgerichte inspanningen gedurende een reeks levens.

Omdat wij mensen in het goddelijke zijn geworteld, hebben we het vermogen de werkelijkheid zelf te ontdekken. Om ons te ontwikkelen moeten we het onderscheid leren kennen tussen waar en onwaar, tussen werkelijkheid en bedrog; we groeien niet door blindelings de voorschriften van autoriteiten te volgen, hoe hooggeplaatst ook. De Purucker vergelijkt de onderzoeker van de theosofie met een wetenschapper en voegt daaraan toe:

Is ons niet telkens weer gezegd dat we ons geweten moeten raadplegen vóór we iets aanvaarden? Om dat te doen moeten we nadenken; we weten ook dat zelfs al zouden we daarbij door onze eigen blindheid of ons onvermogen een waarheid die ons wordt voorgehouden, verwerpen, we niettemin juist hebben gehandeld, omdat we onszelf en ons geweten trouw zijn gebleven . . . de innerlijke mens begrijpt, en de waarheid zal eens tot trouwe harten doordringen.
     – Beginselen van de esoterische filosofie, blz. 282-3

Door onze spirituele intuïtie te volgen, activeren we onze latente mogelijkheden. Daarom is het schadelijk anderen te dwingen die denkrichting te volgen die wij als de ‘juiste’ zien; ieder mens heeft zijn of haar unieke weg van ontplooiing te gaan.


Wat is theosofie?

Het Theosofisch Genootschap

Geschiedenis van de Theosophical Society

Lidmaatschap van het TG

TS zegel


Helena P. Blavatsky

Henry S. Olcott

William Q. Judge

Katherine Tingley


G. de Purucker


Arthur L. Conger

James A. Long

Grace F. Knoche

 

Het Theosofisch Genootschap

Het Theosofisch Genootschap is de Nederlandse afdeling van de Theosophical Society (Pasadena), een internationale organisatie die zich wijdt aan onafhankelijk onderzoek naar waarheid en ernaar streeft de mensen bewust te maken van de eenheid van al het leven. De Society werd in 1875 in New York opgericht door Helena P. Blavatsky, Henry S. Olcott, William Q. Judge en anderen. Blavatsky (1831-1891) is de voornaamste kracht achter de theosofische beweging van deze tijd; in haar geschriften en die van haar leraren zijn de belangrijkste ideeën van de filosofie van de beweging tot uitdrukking gebracht. Ze was Russin van geboorte, reisde twintig jaar door Europa, Noord- en Zuid-Amerika, Azië en het Nabije Oosten, waar ze verschillende mystieke en occulte tradities bestudeerde. Over haar leven en werk kan men meer vinden in biografieën zoals HPB: Het bijzondere leven en de invloed van Helena Blavatsky door Sylvia Cranston en H.P. Blavatsky en de Theosofische Beweging door Charles J. Ryan.

Het Theosofisch Genootschap heeft verschillende doelstellingen. Ten eerste het aantonen dat de eenheid van alle leven een feit in de natuur is, en het vormen van een kern van universele broederschap. Blavatsky merkt in dit verband op:

(a) Alle mensen hebben spiritueel en fysiek dezelfde oorsprong, wat de basisleer van de theosofie is. (b) Omdat de mensheid in diepste wezen een en dezelfde essentie heeft en die essentie één is – oneindig, ongeschapen en eeuwig, of we die nu God of de natuur noemen – kan niets een volk of mens treffen zonder een invloed te hebben op alle andere volkeren en mensen. Dat is even zeker en vanzelfsprekend als dat een steen die in een vijver wordt geworpen, vroeg of laat elke afzonderlijke waterdruppel erin in beweging zal brengen.
      – De sleutel tot de theosofie, blz. 39

Een tweede doelstelling – het bestuderen van oude en moderne religies, wetenschappen en filosofieën – draagt bij aan een betere verstandhouding tussen alle mensen, waardoor meer inzicht wordt verkregen in de essentiële eenheid van het leven.

Alleen door de verschillende grote religies en filosofieën van de mensheid te bestuderen, door ze onpartijdig en zonder vooroordeel te vergelijken, kan de mens hopen de waarheid te vinden. Dit kunnen we bereiken door vooral hun verschillende punten van overeenkomst op te sporen en daaraan aandacht te schenken. Want zodra we – door studie of door onderricht van iemand die weet – hun innerlijke betekenis leren kennen, komen we in bijna elk geval tot de ontdekking dat deze een grote waarheid in de natuur tot uitdrukking brengt.    – Op.cit., blz. 55

Een derde doelstelling is het onderzoeken van de wetten en krachten – spirituele, psychische en fysieke – die in de kosmos en de mens actief zijn. Ieder mens bevat als deel van het geheel, latent of gemanifesteerd, alle kwaliteiten en eigenschappen van de kosmos. Volledige zelfkennis betekent dus dat men het heelal en alles erin begrijpt. In haar publicaties wijst het TG echter op de gevaren van het doelbewust nastreven van paranormale vermogens. Het ontwikkelen van zulke krachten leidt af van de diepere doeleinden van de menselijke groei en kan leiden tot onevenwichtigheden in de ontwikkeling en het bewustzijn.

De doelstellingen van het Theosofisch Genootschap zoals vermeld in de constitutie zijn:

  • Het verspreiden van kennis over de wetten die in het heelal bestaan.
  • Het verspreiden van kennis over de essentiële eenheid van al wat bestaat, en het aantonen dat deze eenheid aan de natuur ten grondslag ligt.
  • Het vormen van een actieve broederschap onder de mensen.
  • Het bestuderen van oude en hedendaagse religies, van wetenschap en filosofie.
  • Het onderzoeken van de ingeboren vermogens in de mens.

 

De Theosophical Society: vroeger en nu

In 1877, twee jaar na het oprichten van de Theosophical Society, publiceerde Blavatsky haar eerste grote werk, Isis ontsluierd – twee delen die laten zien dat theosofische ideeën overal in oude en nieuwe religies voorkomen en hun grondslag hebben in de natuur. In 1878 vertrokken Blavatsky en Olcott naar India, waar ze werkten om de waarde van de oosterse religies en filosofieën onder de aandacht te brengen van vooral diegenen die door de invloed van westerse materialistische denkbeelden hun eigen tradities begonnen te verwerpen. Ook stelden ze religieus bijgeloof en dogmatisme aan de kaak. Bovendien moedigde Blavatsky de studie aan van westerse mystieke tradities, zoals het gnosticisme, de kabbala, de vrijmetselarij en de leer van de rozenkruisers. In 1879 richtte ze het eerste theosofische tijdschrift op, The Theosophist, dat gewijd was aan oosterse filosofie, kunst en literatuur, occultisme en spiritualiteit.

In 1885 verliet Blavatsky India en keerde terug naar Europa en vestigde zich tenslotte in Londen. Daar voltooide ze in 1888 haar meesterwerk, De geheime leer, dat een veelomvattend beeld geeft van de kosmos en de mens, en mythisch, religieus en wetenschappelijk materiaal uit vele culturen bijeenbrengt als illustratie van de universaliteit van de theosofische denkbeelden. Als reactie op de vele vragen van belangstellenden naar een eenvoudige inleiding schreef ze De sleutel tot de theosofie, en voor wie serieus probeert de altruïstische idealen van de theosofie in praktijk te brengen De stem van de stilte, aforismen die het hart van de leer van het mahayanaboeddhisme belichamen. Blavatsky gaf een nieuwe impuls aan het theosofische werk in het Westen en richtte het tijdschrift Lucifer (‘lichtbrenger’) op waarvan ze hoofdredactrice werd. Ze stierf in Londen in 1891.

De afgelopen 100 jaar heeft de hedendaagse Theosofische Beweging zich opgesplitst in verschillende onafhankelijke organisaties. Elk daarvan probeert op haar eigen manier de doelstellingen van de Society in praktijk te brengen. Enkele jaren na Blavatsky’s dood splitste de Society zich in twee organisaties: de Society die H.S. Olcott en Annie Besant volgde en haar internationale hoofdkwartier behield in Adyar bij Madras in India; en de Society die W.Q. Judge volgde, die haar internationale hoofdkwartier eerst in New York had en later in Californië – achtereenvolgens in Point Loma, Covina en sinds 1950 in Pasadena. In Nederland heten ze respectievelijk de Theosofische Vereniging en het Theosofisch Genootschap (Pasadena).

Bij het overlijden van Judge in 1896 werd Katherine Tingley erkend als opvolger. Zij maakte over de hele wereld reizen en stichtte in verschillende landen scholen, en legde nadruk op praktische humanitaire hulpverlening, opvoeding, gevangenishervorming en wereldvrede. In 1900 verplaatste zij het internationale hoofdkwartier naar Point Loma, Californië; daar stichtte ze de Rajayoga-school en het Rajayoga-college, de Theosofische Universiteit en de School for the Lost Mysteries of Antiquity. Tingley bouwde het eerste Griekse openluchttheater in Amerika, en vormde symfonieorkesten bestaande uit stafleden en studenten aan het hoofdkwartier. In 1909 vormde een groep onder leiding van Robert Crosbie een andere theosofische organisatie, de United Lodge of Theosophists (Geünieerde Loge van Theosofen).

Toen Katherine Tingley in 1929 overleed volgde G. de Purucker haar op als leider van de Society. Hij gaf vele lezingen en onderrichtte verschillende groepen van privéstudenten. Zijn grootste bijdrage aan de theosofische beweging was zijn weergave en toelichting van de basisdenkbeelden van de theosofie die zijn te vinden in Blavatsky’s Geheime Leer en in andere werken. Kort voor zijn dood verplaatste hij het internationale hoofdkwartier naar Covina, Californië, dichtbij Los Angeles.

Na de dood van De Purucker werd de Society drie jaar lang bestuurd door het Kabinet van de TS. In 1945 werd kolonel Arthur L. Conger erkend als leider van de Society. Hij gaf een impuls aan de uitgeverij door te zorgen dat de klassieke theosofische geschriften altijd in druk beschikbaar zijn en dat daarnaast nieuwe publicaties konden verschijnen. Bovendien herstelde hij het theosofische werk in Europa na de Tweede Wereldoorlog. Hij verplaatste het internationale hoofdkwartier van de Society naar Pasadena, Californië.

Toen Conger in 1951 overleed werd James A. Long leider. Long legde de nadruk op het toepassen van theosofie in het dagelijks leven, waarbij wordt geprobeerd het natuurlijke karma van ieder moment te lezen. Hij richtte het tijdschrift Sunrise op. Een aantal mensen erkenden Long niet, maar volgden William Hartley. Ze vormden een eigen organisatie die in Nederland bekendstaat als het Theosofisch Genootschap (Point Loma, Covina).

Na de dood van Long in 1971 werd hij opgevolgd door Grace F. Knoche. Ze moedigde samenwerking en wederzijds respect tussen de theosofische organisaties aan. Evenals Long legde ze de nadruk op de dagelijkse beoefening van altruïsme en mededogen.

Het lijkt mij dat ieder mens in zichzelf de kracht heeft om te doen wat nodig is: in stilte en onopgemerkt de leiding van zijn hogere zelf te volgen. Maar we moeten in deze oefening volharden; bovenal moeten we een onvoorwaardelijk vertrouwen stellen in de kracht van ons innerlijke licht om ons leven te verlichten. Als ieder van ons standvastig de leiding ervan volgt, zullen we na verloop van tijd een belichaming van mededogen, begrip, kennis, en hulpvaardigheid worden . . .
     – Duizend lichten aansteken, blz. 193

Op 18 februari 2006 is Grace F. Knoche overleden; ze werd opgevolgd door Randell C. Grubb, de huidige leider van de Society.

De Theosophical Society (Pasadena) volgt haar oorspronkelijke programma en steunt theosofische bibliotheken, openbare bijeenkomsten en studiegroepen. Ze biedt ook een aantal theosofische cursussen voor wie theosofie op een meer gestructureerde manier wil bestuderen. De uitgeverij van de Society, Theosophical University Press (TUP) voorziet in theosofische boeken in het Engels, terwijl TUPA Nederlandse vertalingen daarvan publiceert.


 
 

Lidmaatschap van het TG

Wie lid wil worden van het TG doet dat omdat hij of zij wil meehelpen om een kern te vormen van mensen die actief willen bijdragen aan de broederschapsgedachte, d.w.z. de gedachte dat wij mensen allen onderling zijn verbonden en in essentie één zijn. Leden willen hun steun geven aan het hoofddoel van het Theosofisch Genootschap: het bevorderen van altruïsme en mededogen. Naast het onderschrijven van de doelstellingen hoeven zij die lid willen worden geen speciale geloofsartikelen aan te nemen, en kunnen al dan niet een bepaalde religie aanhangen. Het TG is onsektarisch en niet-politiek en staat open voor alle mensen.

Wat is een theosoof? Blavatsky zei dat de basisgedachte van het TG ‘vrij en onbevreesd onderzoek’ is. Om theosoof te zijn, vervolgde ze:

hoeft men niet per se het bestaan van een bepaalde God of godheid te erkennen. Men hoeft slechts blijk te geven van eerbied voor de geest van de levende natuur, en te proberen zich daarmee te identificeren. . . . Zodra een onderzoeker de oude en platgetreden weg van de routine heeft verlaten en zich op het eenzame pad van onafhankelijk denken begeeft – richting God – is hij een theosoof, een oorspronkelijk denker, een zoeker naar de eeuwige waarheid met ‘zijn eigen inspiratie’ om de universele vraagstukken op te lossen.
      – The Theosophist, oktober 1879, blz. 6

Als lid van het TG verplicht men zich in de eerste plaats aan zijn of haar eigen hogere zelf, onze eigen innerlijke god. Dat houdt in dat een lid probeert zo goed mogelijk de aanwijzingen van zijn geweten en intuïtie te volgen om een beter mens te worden en zijn medemensen beter van dienst te kunnen zijn. Zelfs als we daarin maar een beetje slagen zal in die mate het leed in de wereld worden verminderd.

Leden zijn vrij om bij hun zoeken naar waarheid hun eigen weg te gaan. Ze worden daarbij echter aangemoedigd om een goede kennis op te doen van de theosofische idealen en filosofie als tegenwicht tegen de veelheid van psychische en andere dubieuze denkbeelden die eerder tot versterkt egoïsme dan tot altruïsme leiden.

Hoewel het TG elke filantropische inspanning toejuicht, bestaat zijn eigen taak vooral uit het versterken van die gedachten en ideeën die leiden tot een ommekeer in het denken van de mens: van een gerichtheid op zichzelf naar aandacht voor het grotere geheel waarvan we deel uitmaken.

Het TG werkt op basis van vrijwilligheid. De leden zetten zich naar vermogen in voor het werk van het TG. Voor dit werk is natuurlijk ook financiële steun nodig, en donaties van leden worden altijd op prijs gesteld. Het lidmaatschap is echter niet afhankelijk van een vaste contributie.

Het lidmaatschap van het TG geeft geen speciale voorrechten of persoonlijke voordelen, maar biedt een kans om met geestverwanten de krachten te bundelen in het werk om de mensheid te helpen te ontwaken en zich te ontwikkelen.

Als men lid wil worden van het TG kan men deze wens kenbaar maken door te schrijven of te bellen naar onderstaand adres. Uw aanvraag zal dan in behandeling worden genomen.


* * *


Het Theosofisch Genootschap
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag, 070-3231776, e-mail

Donaties:
IBAN: NL86INGB0000191696
t.n.v.: Stichting Het Theosofisch Werkfonds
Plaats: Naarden   

BIC: INGBNL2A (voor overschrijvingen vanuit het buitenland)

Stichting Het Theosofisch Werkfonds is een ANBI-instelling