De komeet van Halley: kind van het heelal
Andrew Rooke

 

Dat we in de gelegenheid waren getuige te zijn van een van de grootse schouwspelen van de natuur, de terugkeer van de komeet van Halley, was een gelukkige omstandigheid. Deze hemelzwerver trekt maar eens in de 76 jaar dicht langs de aarde, en het is dus niet verwonderlijk dat ze zo’n buitengewoon grote belangstelling in de wetenschappelijke wereld trekt en tot de verbeelding van de mensen spreekt. Ik ben er zeker van dat we ons allemaal op de meest ongebruikelijke uren van de nacht naar buiten hebben gewaagd om te proberen een glimp van de komeet op te vangen, al zijn de meesten er, net als ik, misschien alleen in geslaagd de plaatselijke straatverlichting beter te bekijken!

Hoeveel weten we van de komeet van Halley en de functie van kometen in het algemeen, niet alleen vanuit een historisch en wetenschappelijk oogpunt, maar ook in het licht van de oude wijsheid?

Edmund Halley (1656 – 1742), de tweede hofastronoom van Engeland, zag de komeet in 1682 en vroeg zich af of dit schitterende schouwspel hetzelfde was als wat in 1607 werd waargenomen door Johann Kepler, de Duitse wiskundige, en in 1531 door de astronoom Peter Apian. Hij kwam tot de slotsom dat het hetzelfde lichaam was, dat iedere 76 jaar een baan om de zon beschrijft, en voorspelde haar terugkeer in 1758 (ze werd echter pas in 1759 duidelijk zichtbaar). Halley was een goede vriend van Sir Isaac Newton, aan wie de ontdekking van de zwaartekracht wordt toegeschreven. Halley heeft in feite borg gestaan voor de publicatie van Newtons Philosophiae Naturalis Principia Mathematica in 1687, welk boek na verloop van tijd in de hele wereld een omwenteling in het wetenschappelijk denken teweegbracht.

Evenals de astronomen van deze tijd, volgde Halley nauwkeurig de geschiedenis van de komeet die onder zijn naam bekend staat, en bracht bekende waarnemingen in verband met opvallende historische gebeurtenissen. Men heeft altijd verband gezocht tussen kometen en dramatische maatschappelijke veranderingen, vooral de dood van koningen. Chinese aantekeningen brengen het verschijnen van de komeet in verband met oorlogen en maatschappelijke omwentelingen tot zelfs in 1600 v.Chr. Haar terugkeer in 12 v.Chr. viel samen met de dood van de Romeinse staatsman Marcus Vipsanius Agrippa; in 218 A.D. met het overlijden van de Romeinse keizer Macrinus, en in 451 A.D. met de nederlaag van Attila de Hun. Het meest beroemde voorbeeld van het feit dat men in de komeet van Halley een voorteken zag van slecht nieuws was dat van 1066, voorafgaande aan de Normandische verovering van Engeland. In 1222 voorspelde ze de dood van Philips II Augustus in Frankrijk en naar men gelooft, deed paus Calixtus Borgia in 1456 de ongebruikelijke stap om de komeet te laten excommuniceren, ongetwijfeld in de hoop toekomstige rampen door deze ketterse verschijning te voorkomen!

Zulke gebeurtenissen kunnen Shakespeare hebben bewogen in Julius Caesar te schrijven: ‘Als bedelaars sterven, ziet men geen kometen: / De hemelen zelf kondigen in vlammen de dood van vorsten aan.’ Dit oude bijgeloof werd alom populair bij de laatste verschijning van de komeet in 1910 die samenviel met de dood van Edward VII en die het uitbreken van de wereldoorlog in 1914 aankondigde. Omdat de aarde in 1910 door de buitenste sferen van de staart van de komeet heenging, werd er druk gespeculeerd over de mogelijkheid van een botsing. Ondernemende opportunisten maakten fortuin met de verkoop van gasmaskers en zelfs ‘komeetpillen’, bedoeld om bescherming te bieden tegen schadelijke dampen die, dacht men, van de komeet uitgingen. Zelfs in deze jaren tachtig bestaat de neiging tot paniek. Enkele jaren geleden, toen de meeste planeten op één rij aan dezelfde kant van de zon stonden, werd de hypothese van het ‘Jupiter effect’ alom populair. Volgens deze theorie zou het zwakke gebied in de geologische structuur van de aarde in Californië, bekend als de San Andreas breuklijn, aanleiding geven tot catastrofale aardbevingen, die uiteindelijk niet hebben plaatsgevonden. In 1986 hebben veel mensen zich afgevraagd wat de mogelijke gevolgen van de komeet van Halley voor de aarde en de mens zouden kunnen zijn. Ze hebben haar in verband gebracht met de vulkanische uitbarstingen in Latijns Amerika van vorig jaar en het toenemen van maatschappelijke beroeringen en van terrorisme in de eerste maanden van 1986. Zulke speculaties weerspiegelen het oude geloof dat kometen op de een of andere manier een voorbode zijn van natuurlijke en menselijke rampen.

De kennis over kometen verandert bijna dagelijks naarmate de gegevens, verkregen uit de ontmoetingen van meerdere ruimtevaartuigen met de komeet van Halley in maart van dit jaar, worden uitgewerkt. Wie kan de dramatische televisiebeelden vergeten van het nietige ruimteschip Project Giotto, toen het op 14 maart tot op minder dan 605 kilometer voorbij de kern van de komeet van Halley schoot? Het is nog te vroeg om de volle betekenis te peilen van deze grote wetenschappelijke prestatie en bijdrage aan de internationale wetenschappelijke samenwerking. Maar toch heeft de wetenschappelijke pers van enkele van de eerste waarnemingen verslag uitgebracht en dat heeft ons inzicht in kometen in zeer grote mate uitgebreid.

De waarnemingen met ruimtevaartuigen in maart 1986 schijnen de speculaties te bevestigen van de Amerikaanse astronoom dr. Fred Whipple, die dertig jaar geleden de komeet van Halley vergeleek met een kolossale ‘vuile sneeuwbal’. De Russische ruimteschepen VeGa I en II ontdekten dat de kern van de komeet ongeveer 14 x 7,5 x 7,5 km groot was, veel groter dan was verwacht. Men denkt dat ze bestaat uit stukken steen die bijeen worden gehouden door verschillende soorten ijs, bevroren methaan, carbon dioxide, ammoniak, waterdamp en andere bevroren gassen. Bij het naderen van de zon wordt de kern verwarmd en vindt er met titanische kracht een uitbarsting plaats van de heet wordende gassen, waardoor gas en stof vrijkomen in de twee karakteristieke staarten die we herkennen als een komeet. De zonnewind (het spervuur van magnetisch plasma dat door de zon wordt uitgezonden) duwt de staart ongeveer 30 miljoen km weg van de zon wanneer ze deze het dichtst is genaderd. Project Giotto bevestigde dat ongeveer 80 percent van de materie die de kern uitzendt waterdamp is, die door vijf grote straalpijpachtige uitbarstingen aan haar oppervlak wordt uitgestoten. Tot verbazing van de wetenschappelijke wereld is nu bekend geworden dat de komeet is bedekt met een dunne laag van zeer donker, niet-vluchtig materiaal, waardoorheen de vulkanische uitbarstingen van waterdamp en stofdeeltjes naar buiten komen. Als deze laag er niet was, zou de komeet zeer zeker veel sneller door de zon worden verbrand dan het geval blijkt te zijn.

De heersende wetenschappelijke theorie is dat kometen ontstaan in een geweldig grote wolk van ijsachtige stukken steen, die rond de buitenste gebieden van ons zonnestelsel zwermen (bekend als de Oortwolk). Men denkt dat het de overblijfselen zijn van de gigantische stofwolk waaruit ons zonnestelsel werd gevormd, en vandaar de grote belangstelling voor kometen als de sleutel tot de vorming van ons zonnestelsel. Astronomen geloven dat nu en dan de aantrekkingskracht van de buitenplaneten, of misschien van een passerende ster, een van deze reusachtige ‘sneeuwballen’ in een baan om de zon duwt, of naar de verafgelegen gebieden van de melkweg. Kometen zoals die van Halley, die in een permanente baan om de zon bewegen zijn, naar de mening van sommige astronomen, tot ondergang gedoemd, omdat de zon bij iedere passage een ongeveer twee meter dikke laag van de kern wegsmelt. Daarom kan de komeet van Halley bij iedere rondgang minder helder zijn, zoals het geval was in 1986, vergeleken met het schouwspel in 1910, en men verwacht dat ze uiteindelijk zal worden uitgeblust. Deze theorie wordt nu betwist door andere astronomen, die geloven dat haar voorheen nog onbekende niet-vluchtige ‘huid’ de komeet het middel kan bieden om haar periodieke ontmoetingen met de zon te overleven. Men heeft ontdekt dat de kern van de komeet stof bevat die rijk is aan organische materialen – de bouwstenen van het leven. De komeet heeft ook een magnetisch veld en zendt radiogolven uit die bevestigen dat ze zeer veel weg heeft van een miniatuurplaneet, die in zichzelf het zaad bevat voor een bestaan als planeet.

De theosofische leringen geven ons een beeld van de processen die betrekking hebben op de geboorte van sterren en planeten, die wellicht te maken heeft met het mysterie achter die hemellichamen die we kometen noemen. Laten we in gedachten het aangrijpend gebeuren volgen van de wederbelichaming van zonnen, zoals dit door H.P. Blavatsky in De geheime leer is beschreven en daarbij in het oog houden dat de planetaire evolutie in wezen hetzelfde proces volgt, zij het op kleinere schaal. In het grijze verleden nadert ergens in de diepten van de ruimte een ster het einde van haar bestaan. Haar familie van planeten is allang verdwenen en de ster is een betrekkelijk massief lichaam geworden, vergeleken met de vlammende etherische luister van haar jeugd. Bij de laatste opflikkering van het zonneleven gaat de levende essentie van de ster ‘als een schaduw over een zonverlichte muur voorbij’ en sterft voor ons stoffelijk heelal. Bij het heengaan van de spirituele essentie die haar lichaam bijeenhield, barst de zichtbare ster in een reusachtige uitstorting van energie in ontelbare stukken uiteen, die eeuwigheden lang door de hele stellaire ruimte worden verspreid. Deze uitgeworpen stukken kunnen later door de ster die stierf weer worden verzameld tegen de tijd van haar wederbelichaming, of worden soms opgeslokt door het stoffelijk lichaam van andere zonnen, of worden ook, zoals we zullen zien, door kometen verzameld.

Wanneer de tijd voor de zon of de planeet aanbreekt om zich opnieuw te belichamen, zoals ook een mens moet reïncarneren om zijn ervaring in het heelal uit te breiden, speelt zich gedurende enorm lange aeon en een drama van galactische omvang af. Wanneer het klaroengeschal tot wederbelichaming weerklinkt, wordt vanuit de innerlijke gebieden van het zijn een bewustzijnscentrum (in het Sanskriet en de theosofische literatuur bekend als een layacentrum) tot leven gewekt. Hindoegeschriften noemen dit centrum, wanneer het afdaalt tot op het niveau van het stoffelijk heelal, een ‘gouden zaad’ (in het Sanskriet: hiranyagarbha). Dit ‘zaad’ is een verbindingspunt tussen innerlijke spirituele krachten en het stoffelijk heelal. Het kosmische ‘zaad’ begint langzaam te zwellen naarmate de zich ontplooiende levensbeginselen door het layacentrum stromen, tot het ten slotte de afmetingen bereikt van wat de wetenschap kent als een nevelvlek of een wolk van interstellair gas en stof. Deze wolk heeft vaak een gloed van ‘koud licht’ of ‘koud vuur’, omdat het materie is die zich nog in een hoogst etherische en semi-spirituele staat van evolutie bevindt. Er zijn in deze gigantische wolken ontelbare kleinere zaden van toekomstige werelden. Van tijd tot tijd bereikt een van deze kleinere zaden tijdens zijn ontplooiing een punt waarop het begint rond te draaien en zich van de moeder-nevelvlek gaat verwijderen om de galactische zwerver te worden die we een komeet noemen*.

*Zie ‘Het ontstaan van een universeel zonnestelsel,’ Bron van het occultisme, G. de Purucker, blz. 129-36.

De zonnekomeet beweegt zich snel van haar rustplaats in de ruimte om een grillige loop te volgen door heel het melkwegstelsel, aangetrokken door de kracht van verscheidene sterren of sterrenhopen, waarmee ze banden uit vorige levens heeft. Het doel van deze tocht is om de verstrooide delen of levens atomen van haar vorig lichaam te verzamelen, die bij de dood van de vroegere ster zijn uitgeworpen, en om ten slotte haar vorige woonplaats in het galactisch heelal te vinden. Aan deze tocht is voor de komeet echter veel gevaar verbonden, omdat ze door de vele hongerige sterren die ze bij haar omzwervingen bezoekt, kan worden verslonden. Deze verbazingwekkende tocht wordt door H.P. Blavatsky in De geheime leer als volgt beschreven:

Geboren in de onpeilbare diepten van de Ruimte, uit het homogene element dat de wereldziel wordt genoemd, begint elke plotseling in het bestaan geworpen kern van kosmische materie haar leven onder de meest vijandige omstandigheden. In de loop van talloze eeuwen moet zij zich een plaats in de oneindigheden veroveren. Zij cirkelt rond en rond tussen meer verdichte en al vaste lichamen, beweegt zich met horten en stoten, aangetrokken naar en door een bepaald punt of centrum en probeert, zoals een schip dat in een vaargeul vol met riffen en blinde klippen is terechtgekomen, andere lichamen te vermijden, die haar beurtelings aantrekken en afstoten. Veel vergaan, hun massa’s vallen uiteen door de invloed van grotere massa’s; wanneer ze zijn geboren binnen een stelsel, gebeurt dit voornamelijk in de onverzadigbare magen van verschillende zonnen. . . . Degene die langzamer bewegen en in een elliptische baan worden voortgestuwd, zijn vroeg of laat gedoemd tot vernietiging. Andere, die parabolische banen doorlopen, ontsnappen gewoonlijk door hun snelheid aan vernietiging.    – GL 1:232

Deze processen zijn ook door astronomen waargenomen en geregistreerd. In 1846 bijvoorbeeld zag men dat de komeet Biela in tweeën was gespleten en dat beide delen zich achter elkaar bewogen, maar na haar verschijning in 1852 is ze niet meer gezien. De komeet 1979 XI, Howard-Koomin-Michels genaamd, werd blijkbaar door de zon opgeslokt, waarna haar staart nog een dag bleef leven. Andere kometen zijn fortuinlijker geweest bij het volgen van een snelle en parabolische baan, en ontsnapten zo aan de ‘eetlust’ van onze zon. De komeet Arend-Roland, die vele astronomen in april 1957 verraste, daar ze de helderste komeet sinds vele decennia was, ontkwam in de diepten van de intergalactische ruimte. De meest spectaculaire van alle kometen, één die nog niet eerder bekend was, snelde langs onze zon in januari 1910, en was overdag met het blote oog duidelijk zichtbaar. Bekend als de Daglichtkomeet, is deze schitterende verschijning vaak verward met het bezoek van de komeet van Halley in 1910.

Als een zonnekomeet ontsnapt aan de aantrekkingskracht van hongerige sterren die ze bezoekt, verzamelt ze geleidelijk massa’s meteorieten die ze bij haar vorige dood heeft uitgeworpen. Na haar ongelooflijk lange en gevaarlijke pelgrimstocht door de interstellaire ruimte, komt ze tenslotte in de nabijheid van haar vroegere verblijfplaats als ster, en begint ze haar stoffelijk lichaam te consolideren bij het aanbreken van een nieuwe levenscyclus. De komeet neemt nu een vaste plaats in de ruimte in, verankerd door het magnetisme dat uit omringende constellaties stroomt (in het geval van onze zon door de invloed die uit de twaalf constellaties van de dierenriem stroomt). Ze neemt de vorm aan van een betrekkelijk cirkelvormige schijf van gloeiend licht rondom een bolvormig middelpunt of hart. Deze schijf begint te roteren en zich te verdichten tot een ster.

Natuurlijk vergaan en wederbelichamen de planeten zich vele malen gedurende de levensperiode van een zon, zoals dit trouwens ook het geval is met een mens tijdens het leven van een planeet. Het proces van wederbelichaming, van het verzamelen van de overblijfselen van haar vroeger stoffelijk lichaam, is ook de taak van een planetaire komeet. Misschien is de asteroïdengordel tussen Mars en Jupiter het restant van een vroegere planeet, dat wacht op de samenbindende invloed van een planetaire komeet, wanneer voor haar de tijd is gekomen om zich in ons heelal te manifesteren.

Het mysterie van een planetaire en solaire geboorte, belichaamd in de stralende zwerver die we een komeet noemen, stelt ons allen voor fascinerende vragen. Als men in de grenzeloosheid van de ruimte staart, roept de schoonheid van de nachtelijke hemel zeer oude vragen op met betrekking tot onze plaats en de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden in het heelal. Als we het geluk hadden een glimp van de komeet van Halley op te vangen, hebben we misschien nagedacht over de mysteriën van leven, dood en wedergeboorte, niet alleen van mensen, maar ook van planeten en sterren. Het panorama van de constellaties boven ons roept de mythen van onze voorouders in herinnering, die over kometen spraken als de voorspellers van rampen. Laten we in het licht van wetenschappelijke kennis en de theosofische leer liever naar het uitspansel boven ons kijken in verbazing over de mysteriën van de natuur, terwijl de komeet van Halley, een kind van het heelal, stralend de weg naar haar bestemming volgt.

 

Bibliografie

  • Berry, R., ‘Giotto encounters Comet Halley,’ Astronomy (14:6), blz. 6-22, juni 1986.
  • Blavatsky, H.P., De geheime leer.
  • Carruthers, S., Comet Halley: a complete guide for Australia, Weldons, Sydney, 1985.
  • Eberhart, J., ‘Encounters with Comet Halley: the new view begins to emerge,’ Science News (129:1), blz. 327, 24 mei 1986.
  • Ottewell, G. and F. Schaaf, Mankind’s Comet: Halley’s Comet in the past, the future, and especially the present, Astronomical Workshop (Furman University), Greenville, 1985.
  • Purucker, G. de, Bron van het occultisme, Theosophical University Press Agency.
 
Andere artikelen over sterrenkunde en kosmologie
 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 1986

© 1986 Theosophical University Press Agency