Venus: stralende morgen- en avondster
Andrew Rooke

 

De schrijver wil zijn erkentelijkheid betuigen voor de vriendelijke hulp van David F. Doody, Jet Propulsion Laboratory, Pasadena, bij de voorbereiding van dit artikel.


Stralende Venus trilt ver weg,
Het hogere zelf van de aarde,
En raakt ons met slechts één vinger aan.

     – oud boeddhistisch gezegde

Venus heeft de mensheid ten eeuwigen dage geboeid. Als de tweede bekende planeet vanaf de zon en zusterplaneet van de aarde, wedijvert ze met Sirius en Jupiter als het helderste hemellichaam aan de hemel na de zon en de maan. Als heraut van de dageraad is Venus te zien vóór zonsopgang of onmiddellijk na zonsondergang als ze straalt als avond‘ster’. Homerus noemde haar de schoonste ster aan de hemel en de volgelingen van Pythagoras vereerden haar als de enige planeet die helder genoeg was om een schaduw te werpen. De Grieken noemden hun godin van de schoonheid Aphrodite en de Romeinen noemden haar Venus. Wanneer ze bij zonsondergang aan de hemel te zien was, werd ze vesper (Latijn ‘avond’) genoemd. Wanneer ze vóór de zon opkwam werd ze het schijn-licht genoemd, de morgenster of Lucifer (‘lichtbrenger’).

Deze aloude verering weerspiegelt zich in de theosofische leringen die spreken van de nauwe innerlijke banden van Venus met de aarde: ‘Venus is de meest occulte, machtige en mysterieuze van alle planeten; haar invloed op en relatie met de aarde treedt het meest op de voorgrond.’1

Wetenschappers van deze tijd zijn evenzeer onder de indruk van de mysteriën van onze hemelse buur. Sinds 1962, toen het Amerikaanse ruimteschip Mariner 2 Venus binnen 35000 km passeerde, hebben een reeks VS en Sovjet ruimteonderzoekingen de dichte wolken die het oppervlak van de planeet omhullen doorboord en ons een dramatisch helder en gedetailleerd beeld gegeven. Sinds september 1990 heeft de ruimtesonde Magellan met een radar-hoogtemeter duizenden beelden in kaart gebracht van oppervlakten van slechts 100 meter in doorsnee en deze doorgeseind, die samen ongeveer 99% van het oppervlak van Venus beslaan. Ze heeft ook ongeveer 21% van het oppervlak vanuit andere gezichtspunten in beeld gebracht, die aan de wetenschappers een stereoscopische kijk geven op ongeveer 80% van de planeet. Driedimensionale computersimulaties gebaseerd op de Magellan radarkaarten stellen ons in staat in onze verbeelding boven het zinderende landschap te vliegen dat trilt in een oranjekleurig zonlicht.

Vijfenzeventig kilometer onder de verblindende witte wolkformaties die met 320 km per uur rond de planeet snellen, strekken zich eindeloze zwarte golvende lavavlakten voor ons uit, die wijzen op de jongste vurige geologische geschiedenis van Venus, waardoor 90% van de oppervlakte van de planeet opnieuw werd bedekt met gesmolten steen. Afdalend door de verstikkende mist van kooldioxide, wervelen wolken van zwavelzuur boven het rotsachtige oppervlak, dat bakt bij een temperatuur van ±480°C. die in stand wordt gehouden door het broeikaseffect dat de hele planeet omspant. We zien uit over een lavalandschap, dat in alle mogelijke vormen is gewrongen onder een atmosferische druk die 90 maal groter is dan die op aarde.

Het in het algemeen gelijkmatige oppervlak lijkt enigszins op de aarde zoals die eruit zou zien met opgedroogde oceanen. Venus heeft echter twee grote continenten: Aphrodite Terra, ongeveer ter grootte van Afrika, bij de equator van Venus op het zuidelijk halfrond; en Ishtar Terra, ongeveer zo groot als Australië, bij de noordpool. Het hoogste punt in dit troosteloze landschap vormen de Maxwell Bergen in Ishtar Terra, die tot ongeveer 11.000 meter oprijzen boven de gemiddelde radius van Venus, 20% hoger dan Mount Everest boven de zeespiegel ligt. Bijzonder spectaculair zijn de driedimensionale beelden die Magellan geeft van vulkanen als Maat Mons, een acht kilometer hoge berg, die het mogelijk bewijs is van erupties in de jongste geologische tijd. De enige andere plaatsen in het zonnestelsel, waarvan men weet dat ze actieve vulkanen hebben zijn de aarde, de maan Io van Jupiter en Triton van Neptunus.

Het grootste en laagste laaglandgebied is de Atlanta Vlakte ten noordoosten van Aphrodite Terra, ongeveer zo groot als de Noord-Atlantische Oceaan. Het laagste punt is de Diana Kloof, gelegen in het centrale deel van Aphrodite Terra. Niet meer dan 2,9 km gelegen onder de gemiddelde radius van Venus is deze canyon ondiep, vergeleken met de Challenger Deep op aarde in de Marianas Trench, ruim 11 km onder het niveau van de Stille Zuidzee. Toch heeft de stromende lava op sommige plaatsen lange kronkelende geulen uitgeslepen, die bezaaid zijn met lava-eilanden en drempels. Een van deze lavabeddingen vormt de langste geul die tot dusver in het zonnestelsel is ontdekt en die zich uitstrekt over 6700 km en dus nog langer is dan onze rivier de Nijl.

Koepelvormige heuvels tekenen zich af aan de horizon als enorme ronde broodjes van 30 tot 60 km in doorsnee, waarvan de bovenkant eruitziet als een gebarsten broodkorst. Zwakke winden hopen zand en stof op tot duinlandschappen, die doen denken aan de woestijnen op aarde of Mars. Hoog uitstekend boven de vulkanische woestijnen liggen enorme continentale blokken en ook cirkelvormige of ovale structuren van 200 tot 1000 km in doorsnee, waar dikke gesmolten steen naar de oppervlakte is geborreld zoals hete modder in een geyser. Anders dan bij veel lichamen in onze zonnefamilie zijn er zeer weinig kraters, als gevolg van de dichte atmosfeer die binnenkomende meteorieten absorbeert en van het actieve vulkanisme aan het oppervlak.

Een oud gezegde luidt dat ‘de sterren zowel onderwijzen als schijnen’, al blijven hun diepste geheimen zelfs voor de speurende instrumenten van de moderne ruimtevaartuigen goed verborgen. Wat ons hier voornamelijk interesseert is het innerlijk leven van de planeten en sterren als levende wezens. Milieudeskundigen van deze tijd beginnen dergelijke ideeën tot uitdrukking te brengen met begrippen als het Gaia-principe, dat door dr. James Lovelock werd gepopulariseerd en dat spreekt van ‘zelfregulerende’ mechanismen van de aarde, die zich als een levend wezen gedraagt. De populaire ecologische kruisvaarder dr. David Suzuki zegt in zijn laatste boek Wisdom of the Elders2 dat het noodzakelijk is dat de moderne westerse beschaving eerbied koestert voor de aarde als een levend wezen – zoals alle inheemse volkeren van de wereld beseffen – in plaats van haar te zien als een object van eindeloze economische uitbuiting.

De theosofie gaat met haar verklaring van het ingewikkelde web van het leven aan de nachtelijke hemel iets verder. In ons zonnestelsel bevinden zich zeven heilige planeten die een broederschap vormen die toezien op de bouw en leidinggeven aan de ontwikkeling van elke wereld in het zonnestelsel. Zij die nauw bij het leven van onze aarde betrokken zijn, waren volgens zeer oude tradities de maan, Mercurius, Venus, de zon, Mars, Jupiter en Saturnus, waarbij de maan en de zon plaatsvervangers zijn voor andere, onzichtbare werelden. Venus werd op de voorgrond geplaatst vanwege haar rol in de ontwikkeling van onze wereld. Syrische mystici spraken over Venus als de zetel van de Vorstenheden in hun stelsel van geestelijke bestuurders van het zonnestelsel. De Griekse filosoof-wiskundige Pythagoras noemde Venus de ‘Sol alter’ (de ‘andere zon’). Volgens de christelijke traditie zag St. Augustinus een nauw verband tussen het lot van Venus en onze planeet. G. de Purucker legt de nadruk op de geestelijke banden tussen de aarde en Venus, wat door autoriteiten in het verleden werd erkend: ‘Zij is misschien op een aantal manieren het nauwst met de aarde verbonden; en er is gezegd dat waar Venus gaat, de aarde ook gaat, en omgekeerd.’ (Bron van het Occultisme, blz. 366). Zoals H.P. Blavatsky zegt:

Volgens de occulte leer is deze planeet de oervorm van onze aarde, en haar spirituele prototype. . . .

‘Elke zonde die op aarde wordt begaan, wordt gevoeld door Usanas-Sukra [Venus]. . . Elke verandering op Sukra wordt gevoeld op en weerspiegeld door de aarde.’
     – De Geheime Leer, 2:33

Ook wetenschappers op planetair gebied zien een grote gelijkenis tussen Venus en de oude aarde – niet het beeld van moerasgebieden en dinosaurussen die zo populair zijn in films van Hollywood, maar de Archaïsche periode 4,5 tot 2,5 miljard jaar geleden, toen de aardkorst nog gloeiend heet was en het leven, zoals wij dat zouden herkennen, pas begon te verschijnen. Paradoxaal wijzen de theosofische leringen erop dat Venus in haar evolutie verder is gevorderd dan de aarde en dat hoe dichter een planeet zich bij de zon bevindt des te verder ze is in haar huidige planetaire levenscyclus. Hoewel Venus voor aardbewoners een helse omgeving is, wordt er gezegd dat ze wordt bewoond door hoogst intelligente wezens, die zich in hun natuurlijke woonplaats evenzeer thuisvoelen als wij temidden van onze groene wouden en weiden.

De eerstvolgende keer dat u bij zonsondergang een wandeling maakt, sta dan eens een ogenblik stil om naar de westelijke hemel te kijken. De eerste ster die uit de naglans van de sluimerende zon tevoorschijn komt en de mooiste is van het hele sterrenleger tegen het zwart van de nachtelijke hemel, kan Venus zijn als avondster. Denk eens na over het mysterie en het wonder van de zusterplaneet van onze aarde, samen met de herders, dichters en filosofen uit oude tijden en met de astronomen van onze eigen tijd.

Noten

  1. H.P. Blavatsky, De Geheime Leer, 2:31.
  2. Door David Suzuki en Peter Knudtson, met de ondertitel Honoring Sacred Native Visions of Nature, Bantam Books, New York, 1992.

 

Bibliografie

  1. Blavatsky, H.P., ‘The History of a Planet’, Lucifer (1:1), 15 sept. 1887, blz. 15-22.
  2. Blavatsky, H.P., Meta-Astronomy, Concord Grove Press, Santa Barbara, 1982.
  3. Burnham, Robert, ‘Venus: Planet of Fire’, Astronomy (19:9), sept. 1991, blz. 32-41.
  4. Cowen, Ron. ‘Venus, a Global View’, Science News (140:25, 26), 21 & 28 dec. 1991, blz. 424-6.
  5. Hall, Manly P., The Secret Teachings of all Ages, The Philosophical Research Society Press, Los Angeles, 1975.
  6. Johnson, T.V., ‘The Galileo Venus Encounter’, Science (253:5027), 27 sept. 1991, blz. 1516-18.
  7. Lovelock, J.E., Gaia: A New Look at Life on Earth, Oxford University Press, Oxford, 1987.
  8. Lovelock, J.E. The Ages of Gaia: A Biography of Our Living Earth, W.W. Norton & Co, New York en Londen, 1988.
  9. ‘Magellan at Venus,’ Science (252-5003) , 12 apr. 1991, blz. 247-311.
  10. Purucker, G. de, Beginselen van de Esoterische Filosofie, TUPA, Den Haag, 1998.
  11. Venus Unveiled – The Magellan Images: A Collection of 20 Slides and Information Booklet, The Astronomical Society of the Pacific, 390 Ashton Ave., San Francisco, CA 94112, 1991.
  12. Yenne, Bill, The Atlas of the Solar System, Exeter Books, New York, 1987.
 
Andere artikelen over sterrenkunde
 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/apr 1993

© 1993 Theosophical University Press Agency