Het omstreden vraagstuk van het uitsterven van de dinosaurussen
David Pratt

 

Boekbespreking: The Great Dinosaur Extinction Controversy [Het omstreden vraagstuk van het uitsterven van de dinosaurussen], Charles Officer & Jake Page, Addison-Wesley, Reading, MA, 1996; 222 blz., isbn 0-201-48384-x, gebonden.

In 1980 bracht de natuurkundige en Nobelprijswinnaar Luis Alvarez zijn theorie naar voren dat er zo’n 65 miljoen jaar geleden een gigantische meteoriet, met een diameter van 10 km, tegen de aarde botste met een snelheid van duizenden kilometers per uur, en een immense stofwolk deed opstijgen die vele jaren lang de zon verduisterde en leidde tot de dood van de dinosaurussen en vele andere levensvormen. Deze opwindende theorie werd krachtig ondersteund door bepaalde wetenschappelijke tijdschriften, werd enthousiast gepropageerd door de media, en werd al snel tot het meest actuele wetenschappelijke ‘feit’. Echter, in tegenstelling tot de indruk die de meeste mensen wellicht hebben, bestrijdt de meerderheid van de wetenschappers de theorie, en onderzoek heeft aangetoond dat zij onjuist is.

In The Great Dinosaur Extinction Controversy, presenteren de geoloog Charles Officer en de auteur Jake Page een boeiend verslag over hoe de hypothese zo’n wijde verspreiding vond en over de felle discussie die deze onder wetenschappers teweegbracht; ze karakteriseren de hele episode als ‘pathologische wetenschap’. Ze bieden ook een alternatieve verklaring voor het massale uitsterven dat plaatsvond aan het eind van het Krijt en aan het begin van het Tertiair (de ‘K-T-grens’). Ongeveer 50% van alle soorten stierf in deze periode uit (waarbij zee-organismen het hardst werden getroffen), maar dit uitsterven begon al vele miljoenen jaren vóór het moment van de K-T-grens, versnelde zich toen de overgang naderde, en duurde in sommige gevallen voort tot in het Tertiair. Dus zelfs al was er een inslag rond de K-T-grens, dan was dat niet meer dan een bijkomstigheid.

De belangrijkste twee bewijsstukken die gewoonlijk worden aangehaald ter ondersteuning van de inslagtheorie zijn het hoge gehalte aan iridium en het ‘geschokte’ kwarts, gevonden in K-T lagen op verschillende geologische lokaties. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat deze afwijkingen hoogstwaarschijnlijk het resultaat waren van een lange periode van intens vulkanisme overal op aarde die het einde van het Krijt markeerde. Vulkanisme van ongekende omvang trad ook op bij de overgang tussen Perm en Trias (250 miljoen jaar geleden volgens de wetenschappelijke datering), toen 70 tot 80% van alle bestaande soorten, en daaronder meer dan 90% van de in zee levende soorten, uitstierven. Het waren deze uit de aarde zelf voortkomende cataclysmen, samen met de vergaande klimaatveranderingen die volgden, en veranderingen in het niveau van de zeespiegel (of van continenten), die de voornaamste oorzaken vormden van het massale uitsterven.

Aanhangers van de inslagtheorie zijn gedwongen in hun oorspronkelijke hypothese een aantal ad hoc aanpassingen te maken in een poging deze in overeenstemming te brengen met de waargenomen feiten. Sommigen hebben bijvoorbeeld voorgesteld dat er misschien 6 tot 10 komeetinslagen hebben plaatsgevonden over een periode van drie miljoen jaar, terwijl anderen hebben gesuggereerd dat er binnen een jaar een reeks inslagen zou hebben plaatsgevonden, waarbij sommige inslagen continenten troffen en andere oceanen, maar geen van die alternatieven kan al het bewijsmateriaal verklaren. Tot nu toe is er geen enkele inslagkrater van de juiste omvang en van de juiste ouderdom gevonden. Er bestaat een enorme ‘krater’, met een diameter van 200 km, op het Mexicaanse schiereiland Yucatán en deze schijnt de juiste ouderdom te hebben, maar geologisch onderzoek wijst op een vulkanische oorsprong en sluit uit dat de krater het gevolg is van inslag. Een meteoriet of asteroïde die groot genoeg is om een krater van 200 km doorsnede voort te brengen zou tenminste 10 km van de bovenste laag van de aardkorst hebben weggeslagen, waardoor de bovenste lagen van de afzettingen uit het Krijt zouden zijn vernietigd, terwijl de structuur van Yucatán slechts een fractie van deze diepte vertoont, en de bovenste lagen van de afzettingen uit het Krijt nog intact zijn. Er zijn ongeveer 100 werkelijke meteorietkraters van enige omvang bekend, ontstaan in verschillende perioden in de geschiedenis van de aarde, maar geen enkele daarvan houdt verband met welk uitsterven van soorten dan ook.

Hoewel de auteurs de inslagtheorie aan een nauwkeurig en kritisch onderzoek onderwerpen, beschouwen ze een aantal andere wetenschappelijke theorieën als vanzelfsprekend die eveneens kunnen worden betwist – zoals bijvoorbeeld radiometrische datering, magnetische omwisselingen, continentverschuiving (platentektoniek) en het huidige model voor het binnenste van de aarde.1 Ze twijfelen ook niet aan de rol die ‘toeval’ zou spelen bij evolutie en andere processen in de natuur. Vanuit een theosofisch standpunt is er niets ‘toevalligs’ of ‘willekeurigs’ aan natuurrampen; deze komen voort uit de spanningen die zich opbouwen op de innerlijke, oorzakelijke gebieden, en zijn het karmische resultaat van de geschiedenis van alle soorten wezens die daarbij zijn betrokken. Planten- of diersoorten die zich niet voldoende aan de veranderende milieuomstandigheden kunnen aanpassen en niet langer de geschikte voertuigen leveren voor de evolutionaire ervaring van de monaden of bewustzijnscentra die zich in dat natuurrijk belichamen, sterven tenslotte uit, en hun plaats wordt ingenomen door meer geschikte vormen.2

Het volgende, dat door H.P. Blavatsky in 1888 werd geschreven, geeft enkele gedachten om bij stil te staan:

De wetenschap erkent haar onwetendheid over de oorzaak van klimaatwisselingen en van de veranderingen in de richting van de aardas, waarop altijd deze wisselingen volgen; ook schijnt zij van de veranderingen van de aardas niet zo zeker te zijn. En omdat zij niet in staat is deze te verklaren, is zij geneigd liever de verschijnselen rond de aardas helemaal te ontkennen, dan het bestaan toe te geven van de intelligente hand en wet van karma, want alleen die kan een redelijke verklaring geven voor zulke plotselinge veranderingen en hun gevolgen. Zij heeft geprobeerd hiervoor een verklaring te geven door middel van verschillende min of meer fantastische speculaties; één daarvan zou de plotselinge en even denkbeeldige botsing zijn van onze aarde met een komeet . . ., als oorzaak van alle geologische veranderingen. Maar wij houden liever vast aan onze esoterische verklaring, omdat fohat3 even goed is als welke komeet ook en daarbij de universele intelligentie heeft om hem te leiden.
     – De Geheime Leer 2:372

 

Verwijzingen

  1. Zie de vier catalogi van geologische anomalieën, samengesteld door W.R. Corliss (Sourcebook Project, P.O. Box 107, Glen Arm, MD 21057).
  2. Zie ‘De ritmen van het leven’, Sunrise, nov/dec 1994.
  3. Fohat is een verzamelnaam voor de natuurkrachten die vanuit innerlijke gebieden naar buiten werken in de stoffelijke wereld – niet willekeurig, maar geleid door de ‘wetten’ van de natuur, dat wil zeggen, de wil en het bewustzijn van hogere intelligenties.
 
Wetenschap: Natuurkunde
 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/april 1998

© 1998 Theosophical University Press Agency