Boekbespreking: The Great Dinosaur Extinction
Controversy [Het omstreden vraagstuk van het uitsterven van de
dinosaurussen], Charles Officer & Jake Page, Addison-Wesley, Reading,
MA, 1996; 222 blz., isbn 0-201-48384-x, gebonden.
In 1980 bracht de natuurkundige en Nobelprijswinnaar Luis Alvarez zijn
theorie naar voren dat er zo’n 65 miljoen jaar geleden een gigantische
meteoriet, met een diameter van 10 km, tegen de aarde botste met een
snelheid van duizenden kilometers per uur, en een immense stofwolk deed
opstijgen die vele jaren lang de zon verduisterde en leidde tot de dood
van de dinosaurussen en vele andere levensvormen. Deze opwindende theorie
werd krachtig ondersteund door bepaalde wetenschappelijke tijdschriften,
werd enthousiast gepropageerd door de media, en werd al snel tot het
meest actuele wetenschappelijke ‘feit’. Echter, in tegenstelling
tot de indruk die de meeste mensen wellicht hebben, bestrijdt
de meerderheid van de wetenschappers de theorie, en onderzoek
heeft aangetoond dat zij onjuist is.
In The Great Dinosaur Extinction Controversy, presenteren
de geoloog Charles Officer en de auteur Jake Page een boeiend verslag
over hoe de hypothese zo’n wijde verspreiding vond en over de
felle discussie die deze onder wetenschappers teweegbracht; ze karakteriseren
de hele episode als ‘pathologische wetenschap’. Ze bieden
ook een alternatieve verklaring voor het massale uitsterven dat plaatsvond
aan het eind van het Krijt en aan het begin van het Tertiair (de ‘K-T-grens’).
Ongeveer 50% van alle soorten stierf in deze periode uit (waarbij zee-organismen
het hardst werden getroffen), maar dit uitsterven begon al vele miljoenen
jaren vóór het moment van de K-T-grens, versnelde zich
toen de overgang naderde, en duurde in sommige gevallen voort tot in
het Tertiair. Dus zelfs al was er een inslag rond de K-T-grens, dan
was dat niet meer dan een bijkomstigheid.
De belangrijkste twee bewijsstukken die gewoonlijk worden aangehaald
ter ondersteuning van de inslagtheorie zijn het hoge gehalte aan iridium
en het ‘geschokte’ kwarts, gevonden in K-T lagen op verschillende
geologische lokaties. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat deze afwijkingen
hoogstwaarschijnlijk het resultaat waren van een lange periode van intens
vulkanisme overal op aarde die het einde van het Krijt markeerde. Vulkanisme
van ongekende omvang trad ook op bij de overgang tussen Perm en Trias
(250 miljoen jaar geleden volgens de wetenschappelijke datering), toen
70 tot 80% van alle bestaande soorten, en daaronder meer dan 90% van
de in zee levende soorten, uitstierven. Het waren deze uit de aarde
zelf voortkomende cataclysmen, samen met de vergaande klimaatveranderingen
die volgden, en veranderingen in het niveau van de zeespiegel (of van
continenten), die de voornaamste oorzaken vormden van het massale uitsterven.
Aanhangers van de inslagtheorie zijn gedwongen in hun oorspronkelijke
hypothese een aantal ad hoc aanpassingen te maken in een poging deze
in overeenstemming te brengen met de waargenomen feiten. Sommigen hebben
bijvoorbeeld voorgesteld dat er misschien 6 tot 10 komeetinslagen hebben
plaatsgevonden over een periode van drie miljoen jaar, terwijl anderen
hebben gesuggereerd dat er binnen een jaar een reeks inslagen zou hebben
plaatsgevonden, waarbij sommige inslagen continenten troffen en andere
oceanen, maar geen van die alternatieven kan al het bewijsmateriaal
verklaren. Tot nu toe is er geen enkele inslagkrater van de juiste omvang
en van de juiste ouderdom gevonden. Er bestaat een enorme ‘krater’,
met een diameter van 200 km, op het Mexicaanse schiereiland Yucatán
en deze schijnt de juiste ouderdom te hebben, maar geologisch onderzoek
wijst op een vulkanische oorsprong en sluit uit dat de krater het gevolg
is van inslag. Een meteoriet of asteroïde die groot genoeg is om
een krater van 200 km doorsnede voort te brengen zou tenminste 10 km
van de bovenste laag van de aardkorst hebben weggeslagen, waardoor de
bovenste lagen van de afzettingen uit het Krijt zouden zijn vernietigd,
terwijl de structuur van Yucatán slechts een fractie van deze
diepte vertoont, en de bovenste lagen van de afzettingen uit het Krijt
nog intact zijn. Er zijn ongeveer 100 werkelijke meteorietkraters van
enige omvang bekend, ontstaan in verschillende perioden in de geschiedenis
van de aarde, maar geen enkele daarvan houdt verband met welk uitsterven
van soorten dan ook.
Hoewel de auteurs de inslagtheorie aan een nauwkeurig en kritisch onderzoek
onderwerpen, beschouwen ze een aantal andere wetenschappelijke theorieën
als vanzelfsprekend die eveneens kunnen worden betwist – zoals
bijvoorbeeld radiometrische datering, magnetische omwisselingen, continentverschuiving
(platentektoniek) en het huidige model voor het binnenste van de aarde.1
Ze twijfelen ook niet aan de rol die ‘toeval’ zou spelen
bij evolutie en andere processen in de natuur. Vanuit een theosofisch
standpunt is er niets ‘toevalligs’ of ‘willekeurigs’
aan natuurrampen; deze komen voort uit de spanningen die zich opbouwen
op de innerlijke, oorzakelijke gebieden, en zijn het karmische resultaat
van de geschiedenis van alle soorten wezens die daarbij zijn betrokken.
Planten- of diersoorten die zich niet voldoende aan de veranderende
milieuomstandigheden kunnen aanpassen en niet langer de geschikte voertuigen
leveren voor de evolutionaire ervaring van de monaden of bewustzijnscentra
die zich in dat natuurrijk belichamen, sterven tenslotte uit, en hun
plaats wordt ingenomen door meer geschikte vormen.2
Het volgende, dat door H.P. Blavatsky in 1888 werd geschreven, geeft
enkele gedachten om bij stil te staan:
De wetenschap erkent haar onwetendheid over de oorzaak
van klimaatwisselingen en van de veranderingen in de richting van
de aardas, waarop altijd deze wisselingen volgen; ook schijnt zij
van de veranderingen van de aardas niet zo zeker te zijn. En omdat
zij niet in staat is deze te verklaren, is zij geneigd liever de verschijnselen
rond de aardas helemaal te ontkennen, dan het bestaan toe te geven
van de intelligente hand en wet van karma, want alleen die kan een
redelijke verklaring geven voor zulke plotselinge veranderingen en
hun gevolgen. Zij heeft geprobeerd hiervoor een verklaring te geven
door middel van verschillende min of meer fantastische speculaties;
één daarvan zou de plotselinge en even denkbeeldige
botsing zijn van onze aarde met een komeet . . ., als oorzaak van
alle geologische veranderingen. Maar wij houden liever vast aan onze
esoterische verklaring, omdat fohat3 even
goed is als welke komeet ook en daarbij de universele intelligentie
heeft om hem te leiden.
– De Geheime Leer 2:372
Verwijzingen
- Zie de vier catalogi van geologische anomalieën,
samengesteld door W.R. Corliss (Sourcebook Project, P.O. Box 107,
Glen Arm, MD 21057).
- Zie ‘De
ritmen van het leven’, Sunrise, nov/dec 1994.
- Fohat is een verzamelnaam voor de natuurkrachten
die vanuit innerlijke gebieden naar buiten werken in de stoffelijke
wereld – niet willekeurig, maar geleid door de ‘wetten’
van de natuur, dat wil zeggen, de wil en het bewustzijn van hogere
intelligenties.