Het Theosofisch Genootschap

Wu wei*

Mark Davidson

*Bewerkt naar het artikel: ‘Het ontdekken van de Tao Teh Ching’, Sunrise, mrt/apr 1991.


De uitdrukking wu wei is soms letterlijk geïnterpreteerd als niet handelen, met de bijbetekenis van geen verantwoordelijkheid nemen. Maar de diepere betekenis ervan, zoals die in de taoïstische filosofie wordt gebruikt, is daaraan volkomen tegengesteld.

Wu wei, moeiteloos handelenDe betekenis van wu 無 is een thema waarom alles in deze filosofie draait en wordt misschien het minst begrepen. Wu wordt gedefinieerd als ‘niet’, in de zin van ‘zonder’, maar als het in de Tao Teh Ching wordt gebruikt heeft het een veel diepere betekenis. Er zijn veel meer woorden in het Chinees die een ontkenning uitdrukken, en het interessante is dat bij elk van deze woorden een karakter bestaat dat de tegenovergestelde betekenis heeft, zoals bij antoniemen. Het tegenovergestelde denkbeeld van wu is yu 有, ‘hebben, bezitten’. We vinden het woord yu in de Tao Teh Ching voor een verlangen naar aardse bezittingen, onwetendheid, en de minst edele karaktertrekken van de mens. Als we dit in gedachten houden heeft onze definitie van wu zich nu ontwikkeld van het eenvoudige ‘niet’, in de zin van ‘zonder’, tot de filosofische betekenis van ‘geen aardse verlangens hebben’, of onaangedaan zijn door de eigenschappen van het lager zelf.

Het karakter wei 為 betekent ‘doen, maken of veroorzaken’, vaak vertaald met ‘handelen’. Als we onze ruimere definities van wu samenvoegen met wei, krijgt de uitdrukking wu wei de diepere betekenis van ‘bezit niet de handeling’. In de hoofdstukken 3 en 63 van de Tao Teh Ching lezen we ‘wei wu wei’, ‘handel, maar bezit de handeling niet’ of ‘handel door de werking van het innerlijk leven’. Hoe het ook wordt omschreven, de nadruk ligt duidelijk op het verrichten van handelingen:

Daarom stelt de zichzelf beheersende mens
zich tot taak in het innerlijk te leven;
hij onderricht, niet met woorden, maar met daden;
hij brengt alle wezens tot handelen, hij wijst hen niet af;
hij schenkt hun leven, maar bezit hen niet;
hij handelt, maar ziet niet uit naar beloning;
hij streeft naar volmaaktheid, maar maakt geen aanspraak op verdienste.
Tao Teh Ching, hfst. 2

Dit beginsel van wu wei doordringt alle gebieden van het leven. Zelfs tao openbaart zich door wu wei, door te handelen en zich toch niet te hechten aan de vruchten van het handelen. Zoals wij onze plichten moeten vervullen zonder gehechtheid aan het resultaat, zo leidt ook de grote allesdoordringende kracht haar levenswonder. Als tao ophield met handelen, zou het heelal en alle leven er niet zijn. Maar gelukkig verricht tao wel handelingen en geeft daarmee aan alle leven een evolutionair doel, een vrije wil, en de verantwoordelijkheid van zelfbeschikking.

In de Bhagavad Gita (3:33) vinden we deze eenvoudige regel: ‘Alle wezens handelen overeenkomstig hun aard; wat heeft stoppen met handelen dan voor zin?’ De grote wijzen hebben ons steeds aangespoord te handelen en om handelingen te verrichten vanuit de meest heilzame en onzelfzuchtige motieven, want als we niet handelen, belemmeren we de stuwkracht van onze evolutie, zoals een dam de stroom van een machtige rivier tegenhoudt.

Religie/filosofie: taoïsme

Artikelen van Mark Davidson


Uit Impuls (Nieuwsbrief voor leden van het Theosofisch Genootschap), maart 2026, nr. 99.

© 2026 Theosophical University Press Agency